En weer een nieuwe vissoort in Nederland: de knorrepos
***********************************************
Nieuwe vissoorten uit den vreemde blijven Nederland overspoelen. Het RIVO (Instituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden) meldt de vangst van de 'Atlantic Croaker' een Amerikaanse vissoort.
Nieuwe vissoorten uit den vreemde blijven Nederland overspoelen. Het RIVO (Instituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden) ontving afgelopen najaar een tweetal 'vreemde vissen' van een beroepsvisser op het Noordzeekanaal. Bij nader inzien bleek het om de 'Atlantic Croaker', te gaan, een Amerikaanse vissoort die nog niet uit de Nederlandse wateren is gemeld.
Knorrende geluiden
De Atlantic Croaker Micropogonias undulatus is een vis, die sterk op een pos lijkt en bij aanraking knorrende geluiden maakt. Het RIVO heeft de vis dan ook omgedoopt tot knorrepos.
Deze typisch baarsachtige vis komt van origine voor langs de Atlantische kust van Noord-Amerika, van de noordelijke Golf van Mexico tot bij Nova Scotia, en kan tot 55 cm lang kan worden. Ze komen voor in kustwateren en estuaria, meestal op zandige of slibbige bodem, waar ze leven op een dieet van wormen, kleine kreeftachtigen en vis. De jonge dieren trekken dikwijls riviermonden binnen, waar ze zich voeden en opgroeien.
Commerciële soort
De knorrepos wordt door de commerciële visserij en door de hengelsport zeer gewaardeerd. In Amerika werd alleen al in 2000 12000 ton naar de afslag gebracht. De knorrepos is een langwerpige vis, met een relatief hoge rug en een afgeplatte buik, en doet daardoor sterk aan een pos denken. De flanken zijn bezet met zeer talrijke, kleine, zilverige schubben, waar een opvallende patroon van schuin achterover-hellende strepen overheen ligt. Bij aanraking maken de vissen een opvallend knorrend geluid, door de spieren rond de zwemblaas aan te spannen. Dit geluid vormt, naast de opvallende schuine streping, wellicht het belangrijkste kenmerk bij de herkenning in het veld.
Herkomst
De twee gemelde knorrepossen zijn beiden afkomstig uit het Noordzeekanaal, ter hoogte van de Amerika-haven. Ze zijn op 22 resp. 25 oktober 2004 in een fuik gevangen. Ze hebben een totale lengte van 16.4 en 17.2 cm, zijn van het vrouwelijke geslacht, en beiden nog niet geslachtsrijp geweest.
In Belgie aan de kust en in de Westerschelde zijn kortgeleden ook al twee knorrepossen gevangen. Men vermoedt dat de vissen uit Amerika hier terecht zijn gekomen met ballastwater van zeeschepen. Het RIVO stelt echter vast dat de twee Nederlandse knorrepossen in het Amsterdam-Rijnkanaal zelf zijn geboren. Het instituut vermoedt dan ook dat er nog meer vissen van deze soort rondzwemmen. Het RIVO vraagt zich verder af of er binnenkort ook gróte knorrepossen (>25 cm lengte, komende zomer toenemend tot 30 cm of meer) boven water komen, die mogelijk wel uit Amerika gekomen zijn, en afgelopen jaar voor jongen in het kanaal hebben gezorgd.
Geplaatst door ALEX om 10:16 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
WK Korpsen Zaterdag 10 & Zondag 11 juni
In dit weekend wordt het WK Korpsen georganiseert in Osijek in Kroatie.
EK Senioren maandag 19 t/m zondag 25 juni
In deze week wordt het EK Senioren georganiseert in de omgeving van Rieux in Frankrijk
Meerlanden Woensdag 5 t/m Zondag 9 juli
In deze periode wordt de Meerlandenwedstrijden gehouden aan de Arno in de omgeving van Florence te Italie
Jeugd Interland N/B/D/L Zaterdag 15 & Zondag 16 juli
Dit weekend wordt de Jeugdinterland tussen Nederland/Belgie/ Duitsland en Luxemburg ergens op locatie in Luxemburg georganiseert
Nk Zoetwaterhengelen Zaterdag 26 augustus
Vandaag organiseert de NVVS het NK Individueel Zoetwaterhengelen aan het Eemskanaal.
NK Junioren Zaterdag 2 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK individueel Junioren aan de Workumertrekvaart bij Bolsward
WK Jeugd Maandag 11 t/m Zondag 17 september
In deze periode wordt het WK Jeugd georganiseert in Cabecao te Portugal
NK Clubs Zaterdag 16 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK Clubs aan het Noord Hollandskanaal bij Spijkerboor
WK Senioren maandag 11 t/m zondag 17 september
In deze week wordt het WK Senioren georganiseert in Montemor-o-velho in Portugal.
NK Korpsen Zaterdag 30 september
Vandaag organiseert de NVVS het NK Korpsen aan het Lateraalkanaal bij Horn
18 juni organiseert Vos Hengelsport Almelo i.s.m. zijn wedstrijdteam en Shimano een 6-uurs K.O.C.-koppelwedstrijd aan het Twentekanaal (nabij Enschede, Lonnekerbrug Z.Z.) van 9-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 30 euro per koppel. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 0546-814708.
8 en 9 juli organiseert Mondial-F i.s.m. de Verenigde Feedervissers Tisselt voor de tweede maal het internationale hengelfestival op het zeekanaal Willebroek-Brussel. Vissen: dag 1 van 10-18 uur, dag 2 van 9-17 uur. Inschrijfgeld 100 euro. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:B 0498-578224 of gino4@pandora.be
15 juli organiseert H.S.V. groot Ammers i.s.m. Café Sluis het "Sluis Bokaal" in de Boezem/waterschap met vaste hengel en Vrije hengel in de Lek. Inschrijfgeld 20 euro. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Unfo:NL 0184-663067/06-48257039.
29 en 30 juli organiseert Shakespeare i.s.m. John Kooy en Sanders Hengelsport een 2-daagse individuele wedstrijd aan de Lage Vaart en Gooi en Eemmeer van 10-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 75 euro. Prijzen 8 KOC-tickets. Info:NL overdag 018-2382534, 'savonds 035-6936680.
13 augustus organiseert HSV Schiedam i.s.m. Fish tales Sensas fishing team een K.O.C.-wedstrijd aan het Spui. Twee vakken. Hengelkeuze vrij. Hoofdprijs KOC-ticket. Info:NL 010-4730635/06-22016147.
8,9,10 september organiseert HV Ons Belang een 3-daagse KOC Viswedstrijd aan de Marshaven in Zutphen en de Veenoordskolk in Deventer (dag 1 en 2) en de Ijssel (Dag 3) van 9-15 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 70 euro. 2 KOC-tickets. Info: NL 0575-525337/522617/570167.
24 september organiseert HSV De Vrije Visser te Noordwijk een internationale koppelwedstrijd in de Ringvaart van de Haarlemmermeer van 9-14 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 40 euro per koppel. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 071-3620113.
22 oktober organiseert HSV Schiedam i.s.m. Fish tales Sensas fishing team een K.O.C.-koppelwedstrijd aan de Brielse Maas. Hengelkeuze vrij. Hoofdprijs 2 KOC-tickets. Info:NL 010-4730635/06-22016147.
28 en 29 oktober a.s. organiseert de Vereniging Feedervissers Tisselt i.s.m. Beet een tweedaagse (Open) Koppelwedstrijd "De Drennan Sensas Beet Cup" aan het Zeekanaal Tisselt-Willebroek België van 10-16 uur. Hengelkeuze vrij. Inschrijfgeld 100 euro per koppel. Prijzen o.a. 4 KOC-tickets. Info:B +32(0)15-754340.
**********************************************************************************
FINALISTEN KOC 2007
B. Aufderhaar/Hardenberg, H. Baert/Utrecht, H. Bergman/Brielle, R. Borissza/Sliedrecht, J.v.Dam/Woerden, D. Dibbets/Groenlo, G. de Groot/Dellft, L.Koot/Warnsveld,E.v.
Otterloo/Harderwijk, H. Roskam/Oostvoorne, R. Slotman/Markelo ,
***********************************************************************************
Na een uiterst spannende finaledag mocht J.W. Plekkenpol zich de winnaar noemen van de finale van de King Of Clubs 2006 en van de fraaie Daihatsu auto.
Op donderdagmorgen waren er nog twaalf tot vijftien mensen die een goede kans maakten om de finale te winnen. Maar J.W. Plekkenpol wist opnieuw zijn sector te winnen en liet daarmee de overige deelnemers achter zich.
De slotavond in het Ramada Hotel stond geheel in het teken van de Blues Brothers, na de prijsuitreiking gingen direct de tafels aan de kant om plaats te maken voor het dansen. De feestavond liep door tot in de late uurtjes.
De nummers 1 tot en met 10 in de eindrangschikking:
1. J.W. Plekkenpol, 3 punten
2. Willem v.d. Helm, 4 punten
3. Arie Roubos, 5 punten
4. Ron Vermeulen, 5 punten
5. Bert van Gerven, 6 punten
6. Arnoud v.d. Stadt, 6 punten
7. Bert Aufderhaar, 7 punten
8. R. Sanders, 7 punten
9. William van Tongerloo, 8 punten
10. J. Gruis, 8 punten
Geplaatst door ALEX om 20:46 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
Het Aarkanaal is een van de mooiste wateren in Nederland voor de witvisser. In het kanaal zijn vele vissoorten te vangen. De meest voorkomende vissoort is de voorn. Ook zijn er fraaie brasems te vangen en vele blieken. In de winter en in het voorjaar zijn het vooral de voorns die de target zijn bij de wedstrijden. Vooral op stukken waar het Aarkanaal door de dorpen loopt bijvoorbeeld in Ter Aar zelf, maar ook waar de oude Rijn en het Aarkanaal bijelkaar komen in Alphen aan de Rijn. De visserij is dan vooral gericht op het vangen van grote aantallen vissen, 100 vissen is dan beslist geen uitzondering.
De visserij is dan vrij simpel, het kanaal is gemiddeld 3 meter diep en is ongeveer 30 meter breed.
Normaal is er geen stroming maar bij veel regen kan het kanaal stromen door enkele gemalen die overvloedig water wegpompen.
Onder normale omstandigheden zijn dobbers zwaarder dan 1,0 gram op de vaste hengel absoluut overbodig. De kunst is om er zo secuur mogelijk te vissen als de omstandigheden toelaten. Kan je met een dobbertje van 0.5 gram een goede drift maken dan hoef je absoluut niet zwaarder. Voor het vissen op de voorns moet je proberen de dobber zomin mogelijk stil op de plek te houden. Het laten driften over de plek geef de meeste aanbeten en ook de beste aanbeten. Zwaar op de grond heeft dan totaal geen zin vooral omdat de visserij in het voorjaar gericht is op de voorns. De ideale afstand is 11 meter. Kom je verder uit de kant dan varen de bootjes (die er in de zomer zeer veel varen) over de voerplaats.
Ook kan men kort aan de kant veel vis, vooral voorns vangen. De lijndikte is wel van belang bij deze visserij. Ook hier is het weer zo; vis zo zo dun mogelijk als de omstandigheden het toelaten.
Tijdens wedstrijden met veel deelnemers is het in het midden van een parcours vaak moeilijk vis te verschalken. Onderlijnen van 6/00 millimeter is dan ook geen raar idee, zijn de vissen wat groter of bijt de vis erg goed dan volstaat een onderlijn van 8/00 ook. Een onderlijn dikker dan dit is absoluut te dik. Bovenlijnen van 10/00 zijn onder deze omstandigheden aan te raden.
Ook is aan te raden het vissen met elastiek in de eerste twee delen van de hengel. Onder de wedstrijdvissers is dit al bijna normaal. De afstelling van het elastiek is het belangrijkste, het elastiek mag er best een eindje uitkomen bij een maatse vis. Omdat het vissen met dunne onderlijnen daar absoluut aan te raden is moet je je elastiek daar ook op aanpassen. Een dunne onderlijn met dik elastiek die strak in de top zit gaat natuurlijk geheid mis. Daarom is het aan te raden om het elastiek niet te strak te monteren en vooral niet te dik te nemen. Elastiek nummer 4 is ideaal voor het vissen op voorn en brasem; vang je alleen voorn dan is nr 3 zelfs niet te dun. Haak je toch een brasem (vaak aan het einde van de wedstrijd) dan heb je genoeg speling om de vis toch te landen aan de dunne onderlijn.
De uitleg hierboven over de montage is natuurlijk niet van toepassing als ze aan het pompen zijn. Het Aarkanaal kan dan wel 3 a 4 gram stromen. Ook dan moet je lange driften maken over je voerplaatst. De vis aast ook dan gewoon door. Het gebeurt niet vaak dat het kanaal stroomt maar het kan voorkomen dus het is geen overbodige luxe om dit materiaal mee te nemen.
De haakmaten die je voor dit water het best kunt gebruiken zijn haken 16 tot 22. Aast de vis slecht dan is haak 22 absoluut het best met grotere formaten zijn de beten slechter en krijg je ook veel minder beet. Aast de vis goed dan zijn haken 20 en 18 aan te raden. Vang je alleen grote brasems dan is een haak 16 de juiste maat, veel groter hoeft niet.
Tussen het vissen in de winter en zomer zit natuurlijk ook in het Aarkanaal een groot verschil. In de zomer zijn er veel meer blieken en brasems te vangen. Pas dus ook de techniek daar op aan. De vissen azen ook veel beter in de zomer. Het beste aas zijn dan de casters (madepoppen) vooral op het bijvoeren van casters azen de vissen erg goed. Na elke twee driften een stuk of 10 caster bijvoeren is een sterk wapen. De vissen worden daardoor groter en gaan beter azen. Door het steeds bijvoeren in een bepaald ritme krijgen de vissen een soort van voedselnijd en de aanbeten en vangsten worden steeds beter.
Het grondvoer kan heel simpel worden gehouden in dit kanaal is het aan te raden om het voer niet te zwaar te maken. Hou het simpel en laat het voer een beetje werken met bestanddelen als kokos of hennep.
Ook met de Matchhengel is hier goed te vissen, op een meter of 5 van de overkant is het kanaal net zo diep als in de midden. Dat is dus ook de ideale afstand. Wat voor de vaste hengel geldt is ook zo voor de match, dus zo licht mogelijk vissen en met zo dun mogelijke lijnen en kleine haken. In de zomer is het echter moeilijk vissen met de match vanwege de grote hoeveelheden bootjes die langskomen. 's Morgens en's avonds zijn dan de beste periode.
BRIELSE MAAS
************

De Brielse Maas is gelegen achter de vestingstad Brielle. Er wordt gevist op de locaties "Wijde Slik","Brielse Brug", "Molenhaven" en "Kogeloven/Hondenkennel".
Ook op de Brielse Maas moet je een keuze maken hoe en waar de te vangen is. De ene keer wordt er veel blankvoorn gevangen op de vaste stok; de andere keer dient er met de feeder op brasem gevist te worden. Gelet op de breedte van de Brielse Maas moet er, als de feeder gekozen wordt, een keuze gemaakt te worden of je ver uit de kant vist of niet.
Op de locaties Brielse Brug en Molenhaven kun je op sommige stukken een aardig stukje waden. Dit kan uiteraard alleen als het wordt toegestaan.
Gelet op de diepte is dit op de overige twee locaties niet aan te bevelen.
Op vaste hengel afstand, 12 meter, is de diepte vijf meter. Verder uit de kant wordt het al snel 6 to 8 meter diep. De keuze die je maakt met de feeder is een voerplek maken op een afstand van 20 of misschien wel op 70 meter.
Het visbestand bestaat uit brasem tussen de 1 en de 21/2 kilo tevens is er goed blankvoorn en winde te vangen. Bij slechte vangsten kan de baars ook uitkomst bieden.
Omdat de Brielse Maas regelmatig "doorstroomt" is het water bijzonder helder. Het lijkt erop dat er hierdoor bij helder weer veel voorn te vangen is en bij bewolkt weer veel brasem.
Wat betreft de bereikbaarheid hetvolgende: indie je de locatie Molenhaven loot moet je er rekening mee houden dat er een behoorlijk stukje gelopen moet worden. Een kar is dan zeker nodig. De overige locaties zijn makkelijker te bereiken.
KANAAL DOOR VOORNE
********************

Het Kanaal door Voorne loopt evenwijdig langs de weg naar Hellevoetsluis. Wanneer je langs het kanaal rijdt valt hierbij meteen de natuurlijke rietoevers aan beide zijde van het kanaal op.
Aan de zijde waar je mag vissen zijn vissteigers geplaatst; zo'n 150 in totaal.
De wedstrijd zal gehouden vanaf deze steigers
De diepte in het kanaal is onder de kant twee tot ongeveer zes meter op een afstand van twaalf meter uit de kant.
Het water is zeer goed te bevissen met zowel de vaste-, match- en feederhengel. De moeilijkheid van het water is dat je letterlijk zult moeten zoeken naar de vis. Zowel met de vaste stok op 12 meter als met de feederhengel tegen de overkant kunnen goede resultaten worden geboekt. Zelfs met een kort stokje onder de kant wil het vaak lukken.
Het visbestand bestaat voornamelijk uit brasem tussen de 1 a 2 kg en mooie blankvoorn.
Bij neerslag kan het kanaal door Voorne stromen.
Dobbers van drie gram en korven van 30 gram zijn dan ook geen uitzondering meer.
Over het te gebruiken voer kan je van alles vertellen. Uitgangspunt is dat je voor het Kanaal door Voorne je voer pas geheel klaar kan maken als je aan de waterkant staat.
Je auto kun je pal achter je parkeren. Hou er wel rekening mee dat alle wielen van de verharde weg af moeten. De busbaan dient volledig vrij gehouden te worden.
MADESTEIN DEN HAAG
*******************

Madestein is een rustig niet stromend water, alleen bij wind enige onderstroom.
Op dit water is het met licht en medium materiaal goed toeven.
In Madestein wordt er veelal gevist met de vaste hengel. Dit is een voor de hand liggende keuze, omdat er op enige plekken na de meeste vis op deze manier te vangen is.
Op een afstand van elf meter staat gemiddeld tussen de twee en de drie meter water. Er kan hier gevist worden met een 0.50 grams dobber tot 1,50 gram toe.
Als aas kan men made, casters, mais hennep en wormen gebruiken. Als men hier gaat vissen vergeet dan zeker niet om eens onder de kant te vissen, dit op zo'n twee tot drie meter uit de kant. Wanneer men alleen erop uit trekt dan is brasem vangen dichter tegen de kant aan geen uitzondering.
Toch zijn er ook plaatsen in Madestein die beter met de feeder kunnen worden bevist. De bekendste plaatsen zijn die plekken die tegenover de rietkragen liggen.
Het vissen met een medium feeder met een korf voorzien met een loodgewicht van maximaal 30 gram is ruim voldoende om de afstand te kunnen overbruggen. De resultaten zijn heel verschillend te noemen.
Wat voor Madestein wel over het algemeen van toepassing is, is dat de kant waar de wind opstaat over het algemeen meer vis vangt. Wanneer de brasem aast zijn brasems tot een gemiddeld gewicht van 2 kg een normaal verschijnsel.
Hoe is Madestein te vinden?
Komende vanuit Rotterdam de A20 aan te houden richting 's-Gravenzande/Hoek van Holland. Wanneer men bij het plein Westerlee aankomt de N213 volgen richting Naaldwijk, Poeldijk, Monster. Bij de dan komende rotonde gaat men driekwart rond en na ongeveer 1100 meter komt men op de Madepolderweg. Bij deze T-splitsing gaat men linksaf en na enkele meters zie je aan de rechterkant het partycentrum. Bij dit partycentrum is volop parkeergelegenheid en heeft men een goed overzicht van het park.
Vergunning:
Het park Madestein is een park onder Gemeentelijk beheer en is hier dus een Gemeentelijke vergunning nodig. Deze vergunning is te verkrijgen bij o.a. de bekende hengelsportzaak.
Parkeren is alleen toegestaan op de daarvoor bestemde parkeergebieden rondom het park.
Tevens is Madestein sinds kort opgenomen in de grote vergunning van Gravenhage
De Ringvaart van de Haarlemmermeer is reeds 150 jaar oud.
In 1852 is men begonnen met het droogleggen van de Haarlemmermeer wat tot de vorming van het huidige internationaal bekende topviswater heeft geleid.
Deze 67km lange vaart bevindt zich in de driehoek Amsterdam, Leiden en Haarlem.
Niet vreemd dat juist de lokale visverenigingen van deze drie plaatsen dit prachtige water beheren. Uitsluitend voor leden van deze vereniging is het toegestaan om met twee hengels te vissen. Op basis van de visakte is slechts een hengel toegestaan. Controles door Politie en controleurs van deze verenigingen worden regelmatig uitgevoerd.
Door de rondevorm, Ring, is het altijd mogelijk om met de rug naar de wind toe te vissen.
De binnenzijde van de Ringvaart kent een rondweg waardoor je goed op alle stekken kunt komen.
De buitenring is grotendeels vol gebouwd en moeilijk toegankelijk. Slechts enkele stukken zijn ook van die kant goed bereikbaar. Deze zijn te klein om wedstrijden op te kunnen vissen.
De gemiddelde diepte van de Ringvaart is + 2,4 meter en is doorgaans tussen de 40 en 50 meter breed.
Het water is ook voor minder validen goed toegankelijk en geschikt voor zowel de vaste stok als ook de Winkle Picker en het Feedervissen. Dit boezemwater staat in directe verbinding met grote binnenwateren als het Noordzeekanaal, Oude Rijn etc.
Rondom de Ringvaart zijn diverse recreatiemeren gelegen, welke naast uitstekende visstekken ook veel andere watersport aantrekken. Bekende voorbeelden zijn de Kager Plassen, de Braasemermeer, de Westeinder plas, het Nieuwe Meer en de Molenplas. Het traject Kaag (Leiden), tegen de klok in, richting het Nieuwe Meer (Amsterdam) is dan ook een behoorlijk drukke vaarroute. Tijdens het weekeinde en de zomervakantie is het een af en aan varen van vele plezierjachten. Gelukkig komt deze stroom van watersporters pas rond een uur of 10 in de ochtend op gang.
Om niet nader te verklaren redenen blijkt de Noordoost zijde van de Ringvaart veel drukker bevist dan de Zuidwest zijde. Ook op dagen dat je dit aan de hand van de windrichting niet zou verwachten.
Bekende wedstrijdparkoersen zijn het stuk van Aalsmeer tot aan Schiphol, Badhoevedorp via Lijnden naar Zwanenburg en de Molenplas.
Deze laatste is ook wel bekend onder de naam 't Gat van Vijfhuizen. Kenners kunnen op deze plas zomer en winter door grote Brasem vangen. De plas bevat enkele diepe putten alwaar de vis zich gedurende het koude seizoen verzameld.
Een evenzo succesvolle situatie vindt men in de buurt van de vele woonarken. Ook hier blijft de vis vaak de gehele winter actief.
Op dagen na hevige regenval staan de gemalen voluit te pompen wat een behoorlijke stroming teweeg kan brengen. Dobbers tot 5 gram en korven tot wel 60 gram zijn hier dan geen uitzondering. Incidenteel worden zelfs vissers waargenomen die de hengel rechtop hebben staan. Deze sterke stromingsmomenten duren een paar uur waarna de rust weer terugkeert.
De belangrijkste sportvis van de Ringvaart is ongetwijfeld de Brasem waarbij exemplaren van ruim boven de 50 cm geen uitzondering zijn. In de wintermaanden staan de jachthavens bekend om hun goede voornbestand.
Naast Brasem en Voorn wordt er ook regelmatig op Karper en Snoek/Snoekbaars gevist.
De Hoofdvaart welke de Noord-Zuid verbinding binnen de Haarlemmermeer vormt is helaas geprivatiseerd. Roofvissen op dit water is daardoor verboden.
ARKERVAART BIJ NIJKERK
**********************

De Arkervaart is een van de weinige wateren in Nederland waar nog niet met de feeder word gevist maar alleen nog maar met de vaste hengel.
Veel wedstrijden worden er gevist met maximale hengellengte van 11 meter. Hierdoor is er nog veel vis te vangen aan de kant en hoef je niet verder uit de kant te vissen met bijvoorbeeld de feeder. De vangsten zijn veelal nog goed met de wedstrijden.
Men wil de arkervaart vrij houden voor het vissen met de vaste hengel daarom worden er eigenlijk geen wedstrijden gehouden voor de feeder.
Het viswater loopt vanaf de randmeren tot in de binnenstad van Nijkerk. Het is een stilstaand water. De diepte varieert van 2,5 meter tot 4,5 meter. Aan allebei de kanten van het water mag je vissen mits je een dagkaartje koopt. De dagkaartjes kan je kopen aan het water als de controleur langskomt.
Verstandiger is het om direct even naar hengelsportcentrum Hollander en Hengelsport Veer, beide in Nijkerk, te gaan voor het kopen van een dagkaart.
Als de politie de controleur van de vereniging voor is en je hebt nog geen dagkaart loop je flinke kans een boete te krijgen.
Je kan dus beter niet te wachten op een controleur van de vereniging voor het kopen van een dagkaart.
Aan de ene kant loopt er een weg langs het water, hier moet je zitten met westen wind, aan de overkant loopt alleen een fietspad daar zit je met oosten wind ideaal.
De oostelijke oever is over het algemeen dieper dan de westelijke oever. De bodem is een leembodem en over het algemeen vlak (op een paar plaatsen na). Het vissen in De Arkervaart is sinds een jaar of 7 geleden erg veranderd. De sluis is toen verbreed en daardoor kunnen grote zandschepen door de Arkervaart komen.
Gemiddeld komen 5 a 6 boten per dag door de Arkervaart behalve na 12 uur 's middags en op zaterdag en op de zondag dan is de sluis gesloten. Het vissen is op die tijden dan ook het best.
De visserij tijdens de wedstrijden is vooral gericht op het vangen van bliek en brasem ook zijn er wel voorns te vangen. Wil je wedstrijden winnen moet je over het algemeen toch wel 15 kilo vangen.
De laatste jaren zijn de vangsten ook hier achteruit gegaan. Om toch nog een leuk netje vis te vangen moet je zeer secuur te werk gaan op dit water. Het is belangrijk om een voerstek aan te leggen die zo smal mogelijk is. Een grote voerstek is niet goed op dit water omdat de vis dan veel te gespreid op de plek ligt. Als je een secure stek aanlegt dan hou je de vis centraal onder de hengel.
Omdat er al veel water staat onder de top hoef je niet met een lange opslag te vissen, zeker niet in het begin. Bijvoeren met voer werkt absoluut niet in dit water; het beste is om af en toe wat maden of caster te voeren.
Als je dit in een bepaald ritme doet dan gaat de vis steeds beter azen en word er vaak ook grotere vis gevangen. Als je gaat bijvoeren met voerballetjes dan blijf je veelal kleine bliek of voorn vangen. Met de wedstrijden is het toch van belang een aantal brasems te vangen.
Het materiaal dat je hier het best kunt gebruiken:
Dobbers van maximaal 1,5 gram voldoen. Als de omstandigheden toelaten dan is het beter om met dobbers te vissen die een slag kleiner zijn. Vooral als de vis slecht bijt dan moet je met niet al te zware dobbers vissen. Dobbers van 0,7 of 0,8 zijn dan absoluut niet te secuur. De lijndikte voor de bovenlijn is 10 of 12/00.
De onderlijnen die bij wedstrijden gebruikt worden variëren van 6/00 tot 10/00. Als de vis goed bijt kan er het beste met een onderlijn van 10/00 worden gevist.
Maar meestal bijt de vis voorzichtig en zijn onderlijntjes van 6/00 of 7/00 een aanrader. Ook hier moet de afstelling van het elastiek dan wel goed zijn. Elastiek met een dikte van 0,8 tot een 1,0 is het beste. Het bevestigen van het elastiek in twee delen is een must, door het elastiek slap af te stellen kan je de schokken van de brasem opvangen als je met een dunne onderlijn vist. Het is echt van belang dun te vissen. De vis is erg gedresseerd. Secuur vissen breng veel meer vis op de kant dan het zogenaamde "leunen" zoals het in de steun vissen ook wel word genoemd. Ook is de haakgroote van belang, persoonlijk geef ik haak 20 op dit water de voorkeur. Dan wel een stevige haak 20. Meestal vis ik daar toch met 1 enkele made of caster op de haak. Twee voermaden werkt vaak ook goed. Is er veel vis op de stek aanwezig (wat vaak het geval is als je alleen zit te vissen) volstaat een haak 16 ook prima. De vis is vaak in het begin van de visdag erg voorzichtig met azen. Het aas moet dan ook niet te ver op de grond aangeboden worden. Staande haak (haak net tegen de grond) is dan vaak de beste methode. Heeft de vis zich eenmaal op de stek gevestigd dan is het beter om het aas stil aan te bieden. 15 centimeter op de grond mag dan best. Ook geeft het wel resultaat om het laatste loodje net tegen de grond te leggen. De bodem loopt op de meeste plaatsen wat af, je kunt dan mooi het loodje tegen de bodem trekken. Dit geeft over het algemeen mooie aanbeten.
Als men een wedstrijd vist worden de aanbeten naarmate de wedstrijd vordert steeds zuiniger, de vis gaat steeds verder van het voer af. Laat de dobbers met de onderstroom meedrijven tot het uiterste puntje van je stek, vaak krijg je daar nog aanbeten. De opslag met een meter verlengen werk dan ook vaak erg goed. Maar het is maar tijdelijk, maak niet de fout om dit te vroeg te doen, want de vis krijg je niet meer terug "onder de top".
Het laatste uur kan je zo wel doorbrengen, vaak van je dan nog wel een paar extra (bonus) brasems. Dus absoluut niet te vroeg beginnen met achter de top te vissen want als er een grote boot langskomt dan gaat je voer steeds verder liggen en krijg je uiteindelijk geen beet meer.
Zoals nu wel duidelijk zal zijn, is het een zeer secure visserij.
Als laatste tip wil ik je meegeven dat je het voer niet te grof moet maken. De vis eet zich dan snel vol en aast niet meer. Hou het voer fijn.
De Arkervaart is een van de mooiere viswateren om een dagje te gaan vissen. De vangsten zijn dan goed. Ik hoop dat je wat aan mijn tips zult hebben. Maar ik denk dat uw visdag wel goed zal zijn als u op dit water komt vissen
Geplaatst door ALEX om 19:59 | Permanente link | Reacties (1) | Trackback (0)
De Hengel
De hengel is meestal tussen de 3.90 & 4.50 meter, verder zitten er een groot aantal hoogstaande ogen op. Verder kan er een versneden top op zitten zodat men met nog dunnere lijn kan vissen (b.v. 12/00 hoofdlijn)

De Molen
Een snelle molen met een hoge indraaisnelheid is aan te bevelen, omdat men na elke inworp een paar snelle slagen moet maken om het uit te staande lijn onder water te krijgen. Een molen met een ondiepe matchspoel is aan te bevelen omdat we met 12/00 tot 16/00 vissen. Een slip kan noodzakelijk zijn als uw henm gebruikt, vvelen doen echter de molen van de antiretour af en draaien gecontroleerd lijn af als de vis er vandoor wil gaan.

Hoofdlijn
Een zinkende hoofdlijn van 12/00 tot 16/00 nylon volstaat. De lijn moet zinkend zijn omdat de dobber anders, door de druk die op het uitstaande lijn staat, versneld wegstroomt. De lijn moet meestal om de zoveel tijd echter welontvet worden.

Dobbers
Straight wagglers en Bodied waglers volstaan voor de hierboven genoemde wateren. Een straight waggler is een rechte dobber zonder extra drijflichaam onderaan, een bodied waggler heeft dit dus wel. Dan heb je nog een voorgelode pennen, op deze wagglers is door de fabrikant al een deel verzwaring toegevoegd in de onderkant van de pen. Dit gooit mooier en als je b.v. 5 uit dezelfde serie hebt die allemaal zo zijn voorgelood ( dat er nog b.v. 1 gram op de hoofdlijn moet), dan hoef je alleen de dobber maar te ontkoppelen en doe je er een zwaardere of lichter waggler aan. Hier zijn overigens aparte connectors voor te krijgen.

Vistechniek
De truc is om het lood zo op de lijn te zetten dat het bij het ingooien niet in de knoop komt. Het lood word op de lijn gezet van klein naar groter, gezien vanaf de haak. De ruimte tussen de loodjes wordt hierbij steeds ongeveer 2 keer zo groot. Bij de waggler op de tekening is de dobber ingesloten door loodhagels, de kleintjes dienen om verschuiven tegen te gaan, meestal bevestigingen we een waggler met speciale connectors.
We voeren b.v. op een afstand van 35 meter uit de kant in een driehoek. Op zo'n afstand kun je niet, zoals met de vaste stok, op precies dat ene plekje vissen waar al je voer ligt. En als je driftend vist, heb je een langere voerplek nodig. De snelheid van het driften bepaal je door de sleep lood die op de bodem ligt en de ruimte tussen dobber en loodjes.
Voor het gemakkelijk steeds terugvinden van je voerplek zijn er speciale markeerstiften op de markt. Er zijn goedkopere alternatieven, zoals autobandstiften, maar dat gaat sneller van je lijn af dan die speciale stiften. Je gooit in op de jouw gekozen plek, voer daar bij in een driehoek, markeer de lijn vlak voor de spoel en vissen maar.................
Afhankelijk van hoe wilt vissen knijpt u een SSG-loodje (1.68) bij het onderste verklikloodje op de haak. Uw overlood op deze manier dus gewoon de matchdobber. Uw schuift net zo lang met de pen tot hij net met een puntje bovenkomt. Vaak wordt tijdens het vissen de dobber nog vaak wat dieper gezet om de dobber langzamer te laten driften over de bodem. Bij een vuile bodem of als u op voorn wilt vissen, kunt u beter uitloden op de haak en dan de dobber iets ondieper zetten na het uitpeilen om de bodem niet te raken bij het driften. Bij vuile bodem kan ook zoveel lood op de bodem worden gelegd zodat de matchpen niet wegdrift en dus ook geen vuil pakt.
De werptechniek is dezelfde als met de feeder: hengel tegen je voorhoofd tussen de ogen. Zorg ervoor dat je dobber ongeveer 75 cm á een meter van je hengeltop is verwijderd. Rem de lijn op de spoel af met je wijsvinger op de spoel net voordat de dobber het wateroppervlak raakt. Zo strekt de lijn zich en schiet het lood voorbij de dobber en als hij het wateropvlak raakt niet in de war
Geplaatst door ALEX om 17:17 | Permanente link | Reacties (2) | Trackback (0)
Feedervissen algemeen
********************
Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport en dat is geen wonder want witvis zwemt zo'n beetje in elke sloot, plas of rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om voorn, brasem, zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen ! Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie meter om het aas veel verder te werpen. In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden gestoken, afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten maximaal geworpen mogen worden.
Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater, de weersomstandigheden, de visstand. Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd.
Feeder vissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.
Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen, die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen, voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars. Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij één van de meest populaire vormen van vissen, omdat het zo'n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de snoekbaars.
***********************************************************************************

Materiaal: Korf
************
Voerkorven zijn in drie groepen in te delen, namelijk:
open voerkorven, aan beide zijden open.
gesloten voerkorven, aan beide zijden gesloten.
half open korven, slechts aan één zijde open.
In principe bestaat de voerkorf uit een, metaalgaas vervaardigd hulsvormig lichaam verzwaard met een loodstrip. Er zijn ook voerkorven met een plastic lichaam. Een belangrijk verschil tussen een open plastic voerkorf en een gaasfeeder is dat de eerstgenoemde tijdens het binnendraaien gemakkelijker van de bodem loskomt, als de aan alle kanten open gaasfeeder. In stromend water gebruik is het advies om minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik je dan de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen.
Is er meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga kan worden overgegaan op de heavy feeder. Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb je nog meer nodig dan kan de "ultra heavy" gebruikt worden. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35
***********************************************************************************
Peilen met de feeder
*****************
Korf inwerpen en tellen tot de korf de bodem raakt. Het tellen doe je vanaf 21, dus éénentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig enz...
Hou rekening met het gewicht van de korf, hoe zwaarder de korf hoe sneller de korf op de bodem is.
Hierna de korf langzaam terughalen, door naar de top te kijken kan je de bodemstructuur vaststellen. bv. diepte en kuilen.
Zo ga je terug tot ongeveer 20 meter.
Is het peilen gebeurd dan ga je terug naar de afstand die je wilt vissen, lijn achter de lijnclip vastzetten, een vastpunt aan de overkant van het water aanhouden erop richten en vissen maar.
***********************************************************************************
Inwerpen
********
Omdat het een vrij nieuwe visserij was en veel mensen wat sceptisch over deze hengel waren, duurde het vrij lang voordat deze grandioze vorm van "witvissen" voet aan wal kreeg. Het is eigenlijk een veredelde vorm van hoe men vroeger op de paling viste. Men werpt de paternoster in , draait de lijn strak en wacht op de registratie op de top. De kunst is nu om die onderlijn te maken die past bij de omstandigheden waarbij men vist. De feeder kun je ook fantastisch gebruiken bij de visserij op paling. Een geweldige ervaring om die hengel tekeer zien gaan bij de aanbeet van een grove paling. Het dunne topje zorgt ervoor dat de vis bijna geen weerstand voelt bij de aanbeet. Wat wel gezegd dient te worden is, dat je rekening moet houden met de rek in lijn. De afstand waarbij de haak gezet moet worden is aanzienlijk vergroot en dit kan de nodige problemen geven.
Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat hiermee bedoeld wordt, voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bijvoorbeeld 3 meter rechts van je, dan houdt dat in dat je ook 3 meter stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen.
Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig.

***********************************************************************************
Materiaal: lijnen
**************
Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefent. De lengte van de voorslag hou je op ong. 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
De vislijn die wordt gebruikt moet altijd in de juiste verhouding zijn met de hengel die gebruikt wordt. Dus het volgende ezelsbruggetje kan aangehouden worden: "Op een Light Feeder altijd dunnere lijnen gebruiken en op de "Heavy Feeder" dus dikkere lijnen (en dus sterkere). Dit heeft tot logisch gevolg dat op een heavy feeder ook vaak een zwaardere molen gemonteerd zal worden.
Aan de speldwartel kan een feederkorf of wartellood gemonteerd worden. De hoofdlijn en de onderlijn worden via "lus-in-lus" met elkaar verbonden. Kan zowel dienen voor het vissen met klassiek nylon als met een gevlochten lijn.
Het is bekend dat er op de markt de gevlochten lijnen te koop zijn onder de naam Dyneema. Veel groothandels brengen onder verschillende namen bepaalde lijnen op de markt. In het begin waren deze lijnen zeer duur en vaak van slechte kwaliteit. Je bent er of helemaal gek van of je bent een geboren tegenstander. Bij verkeerd gebruik kan het je heel wat vis kosten. De rek in deze lijn is vaak nihil waardoor de vis tijdens de dril zichzelf los kan trekken omdat er geen rek in de lijn zit die de klappen van de vis opvangt. Bij een goed hengelgebruik vinden de meeste vissers het ideaal omdat de beetregistratie perfect wordt doorgegeven en de lijndiameter veel dunner is dan de monofyllijnen van dezelfde trekkracht. Dus wel opletten !! Vis je met gevlochten/gesmolten lijn, dan moet je bij een aanbeet niet "slaan" maar "aantikken". Je hebt namelijk direct contact met je voerkorf.
Tegenwoordig wordt veel gebruik gemaakt van een "Powergum systeem". Het powergum systeem is een stuk elastiek van 20/25 cm waar je voerkorf aan hangt. Groot voordeel van dit systeem is, dat de powergum de eerste klap opvangt bij het ingooien. Hoe zwaarder de korf, hoe meer je het voordeel merkt bij het ingooien. Een ander voordeel van de powergum is dat je geen voorslag meer nodig hebt.
Er zijn verschillende methoden om de voerkorf of werplood en haaklijn te monteren.
Schuivende montage
Bij deze montage loopt de hoofdlijn vrij door de wartel van het lood of van de voerkorf. Op dagen dat de vis goed "los" is, zal deze eenvoudige methode veel vis op de kant brengen.
Vaste montage
Het lood of voerkorf wordt nu direct op de hoofdlijn of aan een vast zijlijntje geknoopt. De aanbeet gaat nu niet via een wartel maar direct naar de hoofdlijn en is dus preciezer dan de andere methodes.
***********************************************************************************

Materiaal verscheidenheid
**********************
De huidige "feeder hengel" is globaal te verdelen in twee verschillende uitvoeringen: de "Swingtip" en de andere de zogenaamde "Quivertip".
"Swingtip":
een top wordt met behulp van een rubber slangetje aan de hengel gemonteerd. Bij een beet "swingt" de top dan naar voren of naar je toe. Voordeel hiervan is dat er weinig weerstand ontstaat, en je dus heel licht kan vissen.
"Quivertip":
een versmalling in de top van de hengel die er voor zorgt dat de hengel eenvoudig omboog en daarom een betere beetregistratie geeft. De Quivertip zit meestal vast aan de hengel gemonteerd en er bestaat geen geen mogelijkheden om van top te wisselen.
Bij deze soort hengels worden meestal twee of drie quivertips geleverd. Het is de bedoeling dat men door de juiste keuze van de quivertip een zo best mogelijke beetregistratie krijgt. Een bepalende factor is de strakheid van de quivertip. Het spreekt voor zich dat een tip uit carbon strakker zal zijn dan een tip uit glasvezel. Verder zal het tapse verloop (van dik naar dun) ook bepalend zijn voor de gevoeligheid. Men kan de strakheid eenvoudig testen door het topoog tussen duim- en wijsvingers te nemen. De quiver die het meeste doorbuigt is de minst strakke. Het is de manier van aanbijten en de heersende visomstandigheden (grote vis, kleine vis, wind, stroming.) die mede zullen bepalen welke quivertip we monteren.
Een Winckle picker:
Dit is een hengel voor op witvis waar men op de top vist zonder dobber. Men maakt dan ook gebruik van een voerkorf en vist hiermee op dezelfde plek, waardoor vaak meer en zwaardere vissen mee gevangen wordt. Deze hengels hebben een zachte verwisselbare top die dient als beetregistratie met een gemiddeld werpvermogen van 10 tot 30 gram.
een werphengel met een top/parabolische actie.
hengeltechniek wordt ook wel "pickeren" genoemd.
Winckle pickers hebben losse topjes met een actie van 1 tot 2 ounce.
Winckle pickers worden veelal gebruikt in combinatie met een zogenaamde voerkorf. Dit zijn lichte korven tot hooguit 35 gram Voordeel is dat het lokvoer direct bij het aas ligt. En als steeds op dezelfde plek de voerkorf wordt gegooid, kan een mooie gedoseerde voerplek gemaakt worden.
De winckle pickers heb je in de maten: 2.40 mtr t/m 3.0 mtr.
Een winckle picker gebruik je het best op stilstaand water of zacht stromend water en gooi je gemiddeld zo'n 15 meter uit de kant.
Een Feeder hengel:
Dit is een hengel voor het vissen op witvis, hiermee wordt hetzelfde gevist als met een Winkle Picker echter zijn deze hengels langer en bezitten ze een groter werpvermogen. Dit is bedoeld om ook te kunnen vissen op kanalen of rivieren zonder dat de stroming de voerkorf verplaatst van de visstek. Deze hengels hebben een gemiddeld werpvermogen van 40 tot 100 gram.
Feeders zijn er met vaste en losse topjes, van 1,5 tot 3 ounce. Zo heb je ook nog heavy feeders waar je tot 4 ounce actie kan gaan.
gebruik op stromend water of wanneer je ver van de kant moet vissen.
Men kan feederhengels al naar gelang werpvermogen en lengte als volgt indelen 3 categorieën;
De voorslag.
Als u besluit met gevlochten lijn te vissen, is het handig en verstandig om een voorslag te gebruiken. Deze voorslag bestaat uit nylon van 0,26 tot 0,31 mm, dus een beetje afhankelijk van de afstand die men wil/moet werpen en het gewicht van de korven. Voor de lengte van deze voorslag kunt u als vuistregel 2 maal de hengellengte aanhouden.
Aan deze voorslag kunt u ook probleemloos de onderlijn en de voerkorf monteren. Daarover later meer. Er zijn verschillende methodes om de molenlijn met de voorslag te verbinden, het belangrijkste hierbij is dat er een egale centrische knoop wordt gelegd waardoor er weinig tot geen weerstand of hakende werking bij het inwerpen ontstaat.
1) Je legt een knoop in je nylon voorslag.
2) Steek de dyneema door de knoop. (knoop openhouden & niet aantrekken!)
3) Wind het dyneema 10 maal om de voorslag van de knoop af.
4) Wind dan het dyneema 6 maal om de voorslag naar de knoop toe(over de andere heen dus).
5) Het uiteinde doe je door de knoop.
6) Bevochtig de knoop & trek beide uiteinden aan. De uiteinden wijzen in dezelfde richting & geven geen problemen met het inwerpen.
De albrightknoop is in feite geen echte knoop doch eerder een strop. EN heeft verschillende voordelen :
De (dunne) gevlochten draad wordt niet in het nylon getrokken. De knoop (strop) is dun in verhouding met andere aanzettingsknopen daar de (dikke) nylon enkel wordt dubbel genomen en niet wordt geknoopt zoals bij de meeste andere voorslagknopen. Met dank aan Jozef Rayen.Montages
Light feeder (voor lichte korven, tot ca. 40-50 gram)
Medium feeder (voor de wat zwaardere korven, tot ca. 70-80 gram)
Heavy feeder (voor de zware korven tot ca. 100-120 gram)
**********************************************************************************
Een aasaanbieding waarbij een drijvend object de taak krijgt het aas boven de bodem te houden .Dat kan een speciaal vervaardigde loodlifter zijn , maar ook een stukje kurk , balsa hout , of gewoon een deel van een oude dobber . Zo bestaat er ook een kneedbare substantie met hoog drijfvermogen "flotabait" waarvan men een klein balletje om de lijn kan kneden , en deze zo drijvend maakt . Zelf ben ik niet echt een voorstander van al die extra spullen op mijn lijn , maar vermeld ze hier volledigheidshalve . Iets met extra drijfkracht dicht bij de haak lijkt me in dit geval veel beter .
Geplaatst door ALEX om 21:35 | Permanente link | Reacties (2) | Trackback (0)
BROOD
Brood is één van de oudste lokazen, en bijna elke vissoort lust het wel, voorn, brasem en karper zijn er verzot op. Neem gewoon een snede wit brood en rol een bolletje dat je op de haak knijpt. Met brood moet je wel opletten dat je op tijd aanslaat, want het is nogal redelijk snel van de haak af.
CASTER
Een caster is gewoon een verpopte made. Dit is het stadium tussen het made zijn en vlieg worden. Casters zijn normaal een drijvende aassoort, maar door het gewicht van de haak zullen ze toch langzaam zinken. Caster worden vooral geapprecieerd door voorn en brasem. Ook samen met een made, piertje of muggenlarve kan een caster wonderen verrichten.

MAIS
Heel lang was maïs het ultieme karpervoer- en aas. Na de komst van de boilie is maïs wat naar de achtergrond geraakt. Eigenlijk geheel onterecht. Maïs uit een potje of een blikje (vaak zelfs nog met een kleur- en of smaakstof) is één van de meest geliefde aassoorten van zoetwatervissen zoals de brasem, voorn en zeelt. Met wat mais op de haak of hair is al menig karper uit het water gehaald.
Ook als lokvoer (basis of extra erbij) doet mais niet onder voor andere aassoorten.
MADE
Maden, of in de volksmond maaien, zijn de meest gebruikte aassoort in de zoetwater hengelsport. Dit komt vooral omdat men er iedere zoetwatervis mee kan vangen, en natuurlijk de prijs ervan. Een bakje made koopt men al vanaf 20Bfr (1 gulden). Maden kan men krijgen in verschillende kleuren. Oorspronkelijk zijn maden wit gekleurd, maar bij de gekleurde maden (ook discomaden genoemd) voegt men kleurstoffen toe. Zelf kunt u ze kleuren door ze een dag in een madendoos te plaatsen samen met de gewenste poedervormige boiliekleurstof. Onze voorkeur gaat dan ook uit naar de natuurlijke witte maden. In vele clubs en verenigingen is het zelfs verboden om met gekleurde maden te vissen.
Een made hangt men aan de haak door de haakpunt aan de platte zijde, waar zich de twee oogjes bevinden, door het velletje te prikken. Let er vooral op dat u ze niet lek steekt.
Een made is ook goed te gebruiken met andere aassoorten. Dit noemt men dan een speciaaltje. De kleine maden (voermaden) worden net voor het maken van de bollen aan het lokvoer toegevoegd. Voeg er echter niet teveel toe want deze beestjes kruipen je bollen letterlijk in de prak.
Maden bewaar je best ook koel en vooral droog, want eenmaal nat zijn deze beestjes echte ontsnappingsartiesten.
MESTPIER
Mestpieren of wormen zijn een uitstekend aas voor baars, brasem, karper,zeelt of paling. Ook grote voorn lust hier wel pap van. Mestpieren zijn vooral het overwegen waard op de donkere regenachtige dagen, wanneer de vis maar niet wil bijten. Vergeet vooral niet om dan ook een handje mestpieren onder het lokvoer te verknippen.
MUGGENLARVE of VERS DE VASE
Muggenlarven of vers de vase zal iedereen wel kennen. De kleine worden in het lokvoer vermengt, en de grote doet men aan de haak. Het is zeer belangrijk dat men de made vers houdt. Dit kan men doen door ze "uit te rapen of te zeven" en ze vervolgens in zuiver water te zetten in een proper bakje. Dit water moet iedere dag ververst worden. De larven voor onder het lokvoer maakt men best los met wat mergel of droge leem, zodat ze zich regelmatig over het lokvoer verdelen. Eenmaal aan de waterkant moet men opletten dat men ze niet in de volle zon zet, want dan zullen ze vlug gedaan hebben met kronkelen
WORM
Of dauwworm, niet te verwarren met de mestpier. Een makkelijk aas, waar veel vissen gek op zijn. Er zijn diverse verschillende soorten wormen. Een enkele grote worm of een trosje kleinere wormen zijn vooral goed om baars of paling te vangen. Wanneer men een klein stukje van de worm afknipt, wordt hij vanwege de geur die ontstaat nog aantrekkelijker.
Geplaatst door ALEX om 19:00 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
Herkenning: De bek is bovenstandig. Voorzijde rugvin duidelijk achter voorzijde buikvinnen.
Verspreiding: Algemeen. Komt voor in ondiepe plantenrijke wateren.
Voedsel: Voornamelijk insecten en insectenlarven, soms plantdelen.
Lengte afgebeelde vis: 35cm
Lengte to circa: 45cm
De ruisvoorn behoort ook tot de familie van de karperachtigen. Indien me zijn Latijnse naam letterlijk vertaald, betekend het roodoog, een misser, omdat zijn oog goudkleurig is en juist de blankvoorn een rode vlek in het oog heeft.
Voorkomen
Ruisvoorns komen meestal voor in scholen. Als men er eentje vangt, zijn er gegarandeerd meer aanwezig. Ze komen meestal voor in meren, plassen en in de polders.
Kenmerken
Het belangrijkste kenmerk van de ruisvoorn zijn de knalrode vinnen.
Het is een groen/bronskleurige vis met een zilverachtige buik. Zijn bek wijst naar boven.
Lengte
Ruisvoorns groeien maar langzaam, na 10 jaar zijn ze nog maar 20 á 30cm lang. Exemplaren van 35cm en meer worden zelden gevangen.
Hij kan tot 20 jaar worden.
Paaitijd
De paaitijd ligt tussen mei en juli.
Voeding
De jonge ruisvoorn voedt zich voornamelijk met watervlooien. De oudere ruisvoorn gaat over op insectenlarven, slakjes en kreeftachtige. De ruisvoorn voedt zich bovendien met waterplanten en insecten die op het wateroppervlak vallen.
Aas
Als aas voor de rietvoorn gebruikt men meestal zinkend aas zoals de vlok of een vliegje.
Wanneer - waar - hoe diep ?
Januari - februari:
Dichte scholen rietvoorns staan op de diepste plekken van een water: bij stuwen, havens, bij de kop van kribben. De meeste aanbeten komen tijdens de warmere uren in de middag. Kleine aassoorten zoals pinkies (mini-maden), hennep en broodvlokken vangen het best.
Maart - april
Zeer goede tijd. wanneer het water wordt opgewarmd, trekken de rietvoorns naar de ondiepere gedeelten met een lichte stroming en een grindbodem. Tijdens hoogwater trekken ze naar rustige bochten of ondergelopen weilanden. Met kleine mestpieren vang je nu de grootste exemplaren.
Mei - juni
Al naar gelang de weersgesteldheid valt de paaitijd in deze maanden, wat doorgaans resulteert in slechte vangsten.
Juli
Moeilijke maand. De rietvoorns vinden natuurlijk voedsel in overvloed, trekken veel rond en zijn in alle waterlagen te vinden.
Augustus
Bij hoge temperaturen staan de grote rietvoorns in de snelle stroming. Met een sterk vertraagde aaspresentatie zijn goede vangsten mogelijk
September - oktober
De beste maanden. Vis in gedeelten met een matige stroming, 1,5 meter water en een grindbodem. Ideaal zijn de stromingskanten van kribben. De rietvoorns zijn in uitstekende conditie en bouwen reserves op voor de winter. Rijkelijk en regelmatig bijvoeren zijn voorwaarden om een school op de visplek te houden.
November - december
Met het dalen van de temperatuur trekken de rietvoorns zich steeds meer terug naar diepere watergedeelten (zie januari - februari)
Geplaatst door ALEX om 18:55 | Permanente link | Reacties (1) | Trackback (0)
Herkenning: Kleine exemplaren kunnen verward worden met de kolblei. Aantal rijen schubben boven de zijlijn bedraagt 12 tot 14. De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek. De bek is onderstandig en ver uitstulpbaar.
Verspreiding: Algemeen. Komt voor in allerlei watertypen.
Voedsel: Voornamelijk insectenlarven, kleine kreeftachtigen en wormpjes
Lengte afgebeelde vis: 40cm
Lengte to circa: 80cm
De brasem is momenteel, en dan vooral op wedstrijden vanwege zijn nogal hoge gewicht één van de populairste vissen.
De brasem behoort dan ook tot de grote familie van de karpers.
Voorkomen
Momenteel is de brasem de meest voorkomende vissoort in vele vijvers en meren. Op sommige plaatsen is het zelfs zo ver gekomen dat dit problemen oplevert, voor het in stand houden van de andere vissoorten.
Kenmerken
De brasem heeft een bek die naar onderen wijs (dit omdat hij van de bodem eet). Het lichaam loopt hoog op en is redelijk plat (vandaar ook zijn bijnaam 'platte'). De zijkanten zijn bronskleurig, de kop en rug grijsbruin. Jonge brasem, ook wel bliek genoemd is zilvergrijs.
Lengte
Brasems kunnen zeer groot worden, lengtes van 90cm en gewichten van 7kg zijn geen uitzondering.
Paaitijd
De paaitijd ligt tussen mei en juni.
Voeding
De brasem haalt zoals eerder vermeld zijn voedsel van de bodem. Hij gaat tekeer als een echte 'stofzuiger'. Hij woelt de bodem letterlijk helemaal om. Zijn voedsel bestaat dan ook vooral uit bodemdieren zoals insectenlarven en weekdieren.
Aas
Brasem kan men goed vangen met allerlei soorten aas, zoals muggenlarven, maïs, een trosje maden, pieren,...
Soms laat er zich zelfs eentje tijdens het karpervissen verleiden door een boilie.
Wanneer, waar en hoe diep ?
Januari - maart
Dit zijn niet bepaald de beste brasemmaanden. Ze liggen nu met grote scholen passief in de diepere gedeelten van het water. Op rustige zonnige dagen en op "miezeldagen" wil de brasem ook nog wel eens azen. Denk er aan dat je nu niet te zwaar vist.
April - mei
Een hele beste vangperiode omdat de brasem na een lange winter weer krachten moet opdoen om de paaiperiode met frisse moed tegemoet te zien. In de ochtend wanneer de zon net op is gekomen, zoeken de brasems de ondiepe oeverzones op. Hier wordt het water het snelst opgewarmd en zijn de meeste kleine waterdiertjes te vinden die als voedsel dienen. Naarmate de zon hoger aan de hemel komt, trekken ze weer terug naar de diepere delen. Tijdens het paaien moeten we ze gewoon netjes met rust laten.
Juni
Wanneer het paaien is afgelopen, slaat onze platte vriend meteen aan het azen. Dit is rond eind mei, begin juni en de vangsten kunnen echt grandioos zijn.
Juli - Augustus
Het feest gaar door. De brasem blijft stug door eten, vooral in de schemering zijn de kansen goed. In de rivieren zijn ze in de snelstromende stukken te vinden terwijl ze op de meren moeilijker te vinden zijn omdat ze veel van de bodem afkomen. Plateaus en andere hoogtes onder water zijn vaak betrouwbare hotspots.
September - oktober
Een warme nazomer biedt goede mogelijkheden: de brasem zal een speklaag voor de winter aanleggen en onverminderd doorvreten. De goede plaatsen zijn dezelfde als die in het voorjaar. Een plotseling daling van de barometer doet de bekken echter onmiddellijk sluiten.
November - december
De rust keert weder en ze trekken zich terug in diepere stukken van het water. Wil je het toch proberen, vis dan niet te zwaar.
**********************************************************************************
Meestal dateert de eerste kennismaking met deze vis uit je jeugdjaren en verder gaat het veelal om een bijvangst tijdens het witvissen of karpervissen . Hoewel deze vis algemeen voorkomt , is en blijft het een vis waar je alleen in uitzonderingsgevallen gericht op kunt vissen en dit vaak met erg wisselend succes . Waarom ik deze vis dan toch apart behandel ? Wel omdat het voor mij een van de mooiste en fascinerendste vissen van onze streek is . Daarbij heeft het me een enorme voldoening als ik na een gerichte of toevallige vissessie op zeelt enkele prachtige exemplaren mag aanschouwen .
Max lengte / gewicht
******************
Max lengte / gewicht : 70cm / 6kg . NL record 2004 55cm 3.25 kg Noordervaart tussen Weert en Beringen . Vissen boven de 55cm en een gewicht van 3kg zijn reeds zeer grote exemplaren in België en Nederland .
Leefgebied / Eetgewoontes
***********************
Meestal te vinden in de buurt van waterplanten , dicht tegen de bodem . Heeft een voorkeur voor een modderige bodem . In het voorjaar zitten ze vaak dicht onder de kant , maar later op het seizoen verplaatsen ze zich naar dieper water . De meeste kans maak je aan zonnige plantenrijke oevers van grote plassen en in kleine sterk begroeide meertjes en sloten .
De Zeelt eet bijna alles , voornamelijk slakjes , kreeftachtige , watervlooien , muggenlarven , waterplanten en algen . Hij aast voornamelijk in de vroege ochtend en avond uren , al kan je zeelt ook best overdag vangen . Paaien doet de vis in het voorjaar ( eind mei / juni ) bij watertemperaturen rond de 18°c in ondiep sterk begroeid water . Deze periode kan verschillende weken duren .
Visstekken
Zoals ik al zei houd deze vis zich meestal op in sterk begroeid water . Het is dan ook op die plaatsen waar we hem moeten zoeken . Zelf beperk ik het zeeltvissen tot die plaatsen waar ik tijdens andere vissessies occasioneel zeelt wist te vangen , of ga ik naar plaatsen waarvan gekend is dat er veel zeelt voorkomt . Ga niet meteen op groot water . Poldersloten , meertjes , sierwaters en kleine poelen geven betere resultaten . Buiten dit is het vissen op zeelt echter meestal zeer sterk afhankelijk van het toeval . Enkele voorbeelden : Een visser in Ierland kwam 's avonds bij ons zitten en vertelde dat hij die dag op een ondiep meertje was gaan vissen op brasem , maar in de plaats hiervan 17 zeelten wist te vangen met een totaal gewicht van 28kg . Hoewel hij daar regelmatig viste was dit de eerste keer dat ze zo massaal aanwezig waren . De volgende viste hij er dan ook gericht op zeelt met evenveel resultaat . Een ander VB : Zeelt wroet bij het foerageren op zoek naar eten vaak in de bodem . Als de vis dat doet in ondiep water zie je soms de staart boven water komen . Een verschijnsel dat heus niet zo uitzonderlijk is , alleen moet je er wel echt op letten wil je het zien . Ook modderwolken en luchtbellen verraden vaak azende zeelten . Ik besteed dan ook eerst een half uurtje tijd aan het aflopen van de oevers op zoek naar beide laatste verschijnselen voor ik mijn lijn uitwerp . Is dit zonder resultaat , dan kies ik zorgvuldig een plaats op slecht één meter van de begroeiing en vaak maar minder dan 1.50 meter diep . Al leerde de ervaring dat je tot -3 meter nog steeds goed zit .
Het materiaal
***********
Hengels :
Een echte zeelthengel bestaat er niet . De meeste hengelaars maken echter kennis met de zeelt tijdens het vissen met de vaste stok , maar voor zeelt van behoorlijke afmetingen , en het is juist over die zeelt dat ik het hier wil hebben , is deze hengel niet geschikt . Een van de beste hengels voor het vissen op zeelt is de matchhengel of een quivertip . In uitzonderingsgevallen kan een ultra lichte karperhengel ook nog dienst doen , maar zelf vind ik deze reeds te zwaar . Mijn favoriete zeelthengel is dan ook een Matchhengel van ongeveer 4 meter , waarmee ik zowel onder de kant als iets verderop kan vissen . De dril van een zeelt komt op dit soort hengel volledig tot zijn recht .
Molens / Lijn / Haak
****************
Zoals steeds , een molen met een goede slip .
Op zeelt vis je meestal dicht tegen waterplanten aan , en een gehaakte zeelt wilt er gegarandeerd naartoe . Gezien de omstandigheden is een ultra fijne lijn dan ook niet echt aangeraden . Een trekkracht van 3 tot 4 kg is dan ook een redelijk gemiddelde . Als hoofdlijn kies ik voor geweven draad en als onderlijn steeds soepel nylon dat zelfs nog iets dunner mag zijn .
Haken maatje 10/12 met een korte steel zijn wat mij betreft perfect . Kleiner hoeft u niet te gaan , en voor groter moeten het dan wel erg forse zeelten zijn . Neem wel een stevige haak want een forse zeelt kan flink tegengas geven , en je wilt tocht een uitgebogen haak en een verspeelde zeelt vermijden .
Ander materiaal :
Dit is afhankelijk van de viswijze en behandel ik dan ook bij dit onderwerp . Wat ik hier wel wil benadrukken , is dat ik zeeltvissen eerder zie als jagen waarbij ik de oevers afzoek op zoek naar vis en dus niet als een statische visserij . Met als uitzondering het vissen met de feederhengel , of wanneer je zeker weet waar de zeelt zich ophoud . In alle andere gevallen beperk ik mijn materiaal dan ook tot een of twee opgetuigde hengels , een draagtas met klein materiaal / foto toestel / aas en lokaas , een landingsnet en een plooibaar karperstoeltje
Beste periode
***********
Globaal gezien is dit in de eerste plaats een vis van het voor en najaar . Hij is ook in de winter te vangen , maar dat is zo occasioneel dat ik dit als een periode beschouw waarop de zeelt zijn winterslaap houd , en dus voor ons niet interessant is .
- Vanaf eind maart begin april stijgt de temperatuur . In deze maanden is het vaak nutteloos vroeg op te staan . De meeste zeeltactiviteit begint net als het water iets warmer word . De namiddag is nu dan ook een van de beste periodes .
- Mei / juni . Als het voorjaar enkele mooie zomerdagen telde is de watertemperatuur reeds enkele graden opgelopen . In deze periode kan men gedurende de ganse dag vaak mooie zeelt vangen .
- Juli / augustus / begin september . Dit zijn de warmste maanden van het jaar en de meeste zeeltactiviteit is nu beperkt tot de vroege ochtend en de avond .
- September / oktober . In deze maanden kan het soms weer de ganse dag goed vissen zijn . Veel is echter afhankelijk van de temperatuur . Het is echter de periode waarin de zeelt vaak erg actieve dagen vertoont , het lijkt wel of ze een voorraad voedsel voor de winter moeten opslaan , wat waarschijnlijk wel zo is .
- 'S nachts vissen op zeelt . Sommigen zeggen dat het goed . Mijn eigen ervaring leerde me echter dat na zonsondergang de vangsten niet zo goed waren om er mijn nachtrust voor te laten .
Lokvoer / Voeren
**************
Naargelang de viswijze verschilt ook de manier van voeren . Het spreek vanzelf dat een lokvoer op 50 cm diep water niet hetzelfde kan zijn als het voer dat je gebruikt bij het vissen 20 meter uit de kant . Gebruik ik lokvoer , dan kies ik meestal voor een standaard lokvoer uit de winkel met een wat grovere samenstelling zoals feederlokaas . Hieraan voeg ik dan maïs of/en maden toe . Het voeren met lokvoer beperk ik tot het eenmalig inwerpen van voederballen . Niet overvoeren , want dan wordt de kans op een aanbeet geringer . Is de vis eenmaal aanwezig op de voerplaats dan voer ik indien nodig alleen bij met aas en niet met lokaas om de vis niet te verstoren .
1 . Vis ik met de feeder , dan maak ik een ruimere voerplaats aan .
2 . Kom ik op een onbekend water , en levert observatie niets op , dan leg ik verscheidene kleinere voerplaatsen aan waarin een ruime hoeveelheid van het haakaas aanwezig is . daarbij markeer ik de plaatsen waar ik voederde op de oever zodat ik die achteraf gemakkelijk terug kan vinden .
3 . Een andere keer beperk ik het voederen tot het strooien van wat aas op verschillende plaatsen die mij veelbelovend lijken , meestal niet ver uit de oever en tegen de begroeiing aan . Gewoonlijk is dit dan maïs of maden . Ook nu markeer ik de plaatsen met een merkteken op de oever .
4 . Kan ik de vissen lokaliseren dan beperk ik het voeren tot het strooien van enkele maïskorrels ( of ander haakaas ) met regelmatige tussenpozen rond mijn dobber .
Idem als bij veel vissoorten kan een voersessie voor er daadwerkelijk gevist gaat worden vaak voor prachtige dagen zorgen . Als ik de tijd heb doe ik dat wel eens . Je hoeft heus niet veel te voeren . Zelf doe ik dit steeds met gezoete maïs uit blik omdat dat het eenvoudigst is . Ik leg nooit een grote voerplek aan , maar werp op een tiental , weeral gemarkeerde plaatsen , een half blikje maïs . Dit doe ik gedurende 3/4 dagen en ga op de daaropvolgende visdag eerst die plaatsen af waar ik activiteit bespeur . Zie ik totaal niets , dan probeer ik iedere plaats uit .
Aas
***
Een selectief zeeltaas is er niet . Mestpieren , brood , maden , deeg , maïs , muggenlarven en mini boilies , alles kan . Het spreekt voor zich dat hiermee bijvangsten van witvis meer regel dan uitzondering zijn , maar wie stoort er zich aan als een karper van enkele kg zich vergist in ons aas voor zeelt ? Het is natuurlijk erger als je bijvoorbeeld met muggenlarven vist , en tientallen voorntjes je het vissen op zeelt onmogelijk maken , dan bied groter aas vaak uitkomst . Meestal echter zijn de bijvangsten beperkt door de keuze van de visstek .
Daarbij mag je kleiner aas als muggenlarven zeker niet uitsluiten . Bij het op het zicht vissen is het meestal een onovertroffen aas .
Blijft resultaat uit dan kom je door wisselen van aas snel achter de voorkeur van die dag . Een combinatie van verschillende aassoorten is vaak erg effectief .
Geplaatst door ALEX om 18:53 | Permanente link | Reacties (3) | Trackback (0)
Voor de meeste wedstrijdvissers is het maken van een tuigje voor de vaste hengel de gewoonste zaak van de wereld, uiteraard is deze site ook voor de beginnende visser, dus daarom gaan we precies uitleggen hoe we een tuigje maken.
Om zo'n tuigje te maken hebben wij verschillende dingen nodig om te beginnen nemen we een dobber en een rolletje nylon,op dit nylon schuiven we de dobber met de bovenkant naar het rolletje toe,de dobber zetten we vast met drie rubbertjes zodat we niet zo snel een pijl en boog effect krijgen en de dobber mooi recht blijft,het laatste rubbertje knippen we iets langer af zodat we deze onder de dobber laten uitsteken,hierdoor zal de dobber niet zo gemakkelijk draaien en in de war gaan.
Om de dobber juist af te stellen gaan we nu loodjes op de lijn knijpen,dit afstellen kan gebeuren aan de waterkant maar nog makkelijker is het om het thuis te doen in een buis gevuld met water,of met een kegelvormig apparaatje van Stonfo voor het gemak noemen we hem even de Stonfo-loodweger. Het voordeel van een stonfo-loodweger is dat we geen grote buis nodig hebben,maar aan bijvoorbeeld een bloemenvaas genoeg hebben,een ander voordeel is dat je kan bekijken hoeveel lood een dobber kan dragen zonder dat we deze op de lijn hoeven te bevestigen waardoor we zeker de lijn minder snel zullen beschadigen.
De loodweger werkt als volgt: We klemmen de onderkant van de dobber in het apparaatje en plaatsen deze in het water hierna kunnen we de loodjes op het schaaltje gaan leggen totdat de dobber correct staat, deze hoeveelheid lood zal de dobber nodig hebben om precies genoeg boven het water uit te steken.
De loodjes kunnen we nu op de lijn knijpen, hierbij kan de lijn iets beschadigen vooral als we de loodjes te vast op de lijn zetten, probeer altijd of je de loodjes nog kan verschuiven,dit voorkomt een hoop ellende tijdens het vissen want tijdens dit schuiven kan de lijn heel snel breken.
De oplossing hiervoor is om de loodjes onderaan de lijn te bevestigen zodat we deze later omhoog kunnen schuiven en het beschadigde stukje nylon weg kunnen knippen en dus niet hoeven te gebruiken.
Plaats altijd wat kleine loodjes tussen het hoofdlood en de haak deze loodjes hebben niet alleen de taak om de aanbeet te registreren,maar hebben een belangrijke rol bij de aasaanbieding.Ze bepalen onder andere de snelheid waarmee het aas zakt. Door bijvoorbeeld één heel klein loodje op de haaklijn te plaatsen, zal het aas slechts zeer langzaam zakken,zodat aanbeten tijdens dit zakken ook geregistreerd zullen worden.
Door nu een heel klein loodje naar het registreerloodje toe te schuiven kunnen we het aas wat sneller laten dalen en het wat beter tegen de grond aanhouden.Alles draait dus om die kleine loodjes want we moeten het aas zo 'natuurlijk' mogelijk aanbieden.
Nu alle loodjes op de lijn vast geknepen zijn,kunnen we een lusje maken,dit doen we onder het het laatste loodje.
Zie bovenste afbeelding Zo'n lusje is het makkelijkst te maken met een lusjesknoper het voordeel hierbij is dat het lusje altijd open staat en het altijd de zelfde afmeting heeft. Het laatst wat we nog moeten maken is een onderlijntje,dit lijntje is altijd wat dunner als de hoofdlijn waardoor we minder snel ons tuig zullen verspelen en makkelijker van haaksoort kunnen veranderen dit is vooral bij het wedstrijd vissen heel handig.
Dit onderlijntje maken we ongeveer 15 cm lang en voorzien het weer van zo'n zelfde lusje als op de hoofdlijn,aan de andere kant knopen we er een haakje aan.Bij het witvissen zijn de meeste haakjes uitgevoerd met een bledje vandaar dat we hier nog even deze knoop laten zien..
Het tuigje is klaar nog even het geheel op een tuigenrekje winden en vissen maar...
Het drijfvermogen van de gekozen dobber. Hoe komen we hier achter? Laat het tuig zonder peillood vrij drijven. We maken een paar driftjes op de eventueel aanwezige stroming. Door met de hengeltop de dobber tegen te houden kunnen we ook eens proberen deze stil te leggen. Als de dobber te licht was voor de stroming, dan is het al gauw te zien aan het schuin staan en zijn verwoede pogingen uit het water te klimmen. In dat geval zal naar een ander zwaarder tuig moeten worden overgestapt.
Aasaanbieding in stilstaand water
Slepen. We kunnen door bijv. door het een tergend langzaam en in een vloeiende beweging verplaatsen van de hengeltop, de vislijn verslepen. Het aas zal zich dan over het voer en tussen de azende vissen door verplaatsen. Dit verplaatsen moet wel tergend langzaam gebeuren om de vis geen argwaan te laten krijgen. Hoe traag? Wel, u doet het goed als de dobber zo langzaam verplaatst wordt dat je het zelf nauwelijks in de gaten hebt.
Plagen.......
Door de lijn die rustig in het water hangt met korte rukjes te bewegen , kan men een extra dimensie geven aan het aas. Het is immers levend aas en het is echt niet vreemd dat levend aas in het water in beweging is. Door dit zogenaamde plagen worden de vissen vaak aangezet tot bijten. Vooral in stilstaand water zal de techniek van het plagen vaak succes opleveren. Plagen gaat het beste met een slank model pen, waarbij we dienen te beseffen dat de plaats van het bovenste oogje bepalend is voor het gedrag van de pen als er met de hengeltop aan de lijn wordt getrokken. Als we de pen i.p.v. door het bovenste oogje, vastklemmen met een ringetje dat we uit een stukje siliconenslang geknipt hebben, dan kunnen we door de plaatsing van dit ringetje te veranderen het gedrag van de pen beïnvloeden. Schuif bijv. het ringetje maar eens halverwege de pen. Als we nu met de top aan de lijn trekken zullen we de pen uit het water zien klimmen. Het aas zal nu over de bodem huppelen.
Onderstroming...... Opletten
Wanneer in stilstaand of langzaam stromend water wordt gevist. kan het water door de wind naar een bepaalde kant van de plas of kanaal opgestuwd worden. Het water is hoewel men het vaak niet vermoed in beweging. Als we niet zeker zijn of er een onder stroming is, dan doen we er goed aan eens links en rechts van de voerplek te gaan vissen. De onderstroming heeft meer invloed op het voer dan men doorgaans vermoed.
Vissen in stromend water
Het vissen in stomend water gebeurt met dobbers met een groot drijflichaam. Dit wordt bereikt met ronde en buikige dobbers. Geneer je niet om ook eens extra zware dobbers te proberen. Maak een zetje tot een drijfvermogen van 7 gram. In stromend water kunnen we een zogenaamde drift maken. De lijn wordt hierbij telkens tegengesteld aan de stroomrichting ingelegd, waarna we hem vrij met de stroom laten meedrijven; dit is de eenvoudigste manier van driften. Deze manier is niet erg gunstig omdat de vis met de kop tegen de stroom in zal blijven liggen,en zo het aas te pakken. Vaak wordt door het snelle middenwater, dat is de waterlaag tussen de oppervlakte en de bodem, de aasaanbieding nadelig beïnvloed. Men moet er voor zorgen dat het aas voorop in de stroom wordt aangeboden. Er mag dus geen bocht (met de stroom mee) in de lijn komen. Om dit te bereiken, kan heel goed een tweede druppelloodje halverwege de diepte van de lijn geplaatst worden. Het is wel even oppassen bij het inleggen van de lijn. Dat moet altijd met een strakke, gestrekte lijn gebeuren, omdat we anders problemen krijgen met de verzwaarde lijn.
Invers driften
Wanneer de vis het echter niet al te best doet, kan invers driften toch vis opleveren.We laten in de stroming de pen en het lood opzettelijk vooraf gaan aan het aas. Om deze techniek met zijn vertragende aasaanbieding te bewerkstelligen, geven we de dobber zo'n 50 cm overdiepte. Om het aas op de bodem te houden en de drift af te remmen, gebruiken wij een ankerloodje die ongeveer tussen 15 of 20 cm van de haak geplaatst wordt. Om te voorkomen dat de dobber wordt ondergetrokken zal uitloden van deze tuigjes altijd één loodje minder zijn als bij het normaal vissen. Voorbeeld stel dat 5 loodjes nodig zijn om de dobber exact uit te loden, dan zullen er in dit geval maar vier op de lijn worden gezet.
Loodverdeling in stilstaand water
Een piepklein loodhageltje op 20 cm van de haak als beetverklikker. De rest van het lood op een geruime afstand van de haak, zodat een aanbijtende vis niet direct de weerstand van het grote lood voelt als hij met het aas wegzwemt.
Loodverdeling in stromend water
Lood is nodig om het aas op diepte te brengen en ondanks de stroming daar te houden. Hoe meer stroming, hoe meer lood (en dus een grotere dobber) we moeten gebruiken om het aas op diepte te houden en hoe dichter we het lood bij de haak moeten plaatsen. Bovendien doen we er goed aan het lood zoveel mogelijk op een plaats te concentreren.
ELASTIEK MONTAGE
Om te beginnen hebben we voor het maken van deze montage een holle hengeltop nodig, heeft u deze niet dan zijn deze los verkrijgbaar in een goede hengelsportwinkel (Neem het tweede deeltje mee van de hengel voor de maat van de top), ga niet meteen de zaag in de top zetten bedenk eerst met welke dikte elastiek we gaan vissen dit is natuurlijk afhankelijk van de lijndikte die we gebruiken. In deze tabel van Vespe
(Merk Elastiek) kunnen we zien hoe dik het elastiek is in millimeters met de bijbehorende lijndikte,gebruiken we een onderlijn dan nemen we deze dikte voor het bepalen van het elastiek. Gebruik de goede combinatie lijn/elastiek en voorkom breuk van lijn en elastiek tijdens het vissen...
Maat/no
Kleur Diameter elastiek
Sterkte (knoop)
Lijndikte ( haak lijn)
2s Fluo groen 0.66mm 2.0lb - 0.9kg 0.055 - 0.085mm
3s Oranje 0.75mm 3.1lb - 1.4kg 0.055 - 0.085mm
4s Pro Blauw 0.86mm 3.9lb - 1.8kg 0.075mm - 0.12mm
5s Rood 0.93mm 5.0lb - 2.3kg 0.075mm - 0.12mm
6s Geel 1.06mm 6.8lb - 3.1kg 0.075mm - 0.12mm
7s Fluo rood 1.13mm 7.3lb - 3.3kg 0.085 - 0.148mm
8s Paars 1.2mm 7.9lb - 3.6kg 0.085 - 0.148mm
10s Groen 1.4mm 10.2lb - 4.6kg 0.085 - 0.148mm
12s Fluo rood 1.6mm 12.3lb - 5.6kg 0.10 - 0.23mm
14s Blauw 1.8mm 15.8lb - 7.2kg 0.10 - 0.23mm
16s Pro Blauw 2.1mm 21.6lb - 9.8kg 0.10 - 0.23mm
Als we nu weten wat de dikte van het elastiek is kunnen we het juiste teflon-busje gaan monteren op de hengeltop, er zijn interne en externe topbusjes bij de interne busjes lijmen we hem in de top met een klein beetje secondenlijm, bij het externe type lijmen we hem over de hengeltop.
De busjes zijn zo gemaakt dat het elastiek de scherpe randen van de hengel niet kan raken waardoor we langer met het elastiek kunnen vissen,en de breuk van het elastiek tegen kunnen gaan.De binnen diameter van het topbusje moet altijd groter zijn dan de dikte van ons elastiek, anders loopt het elastiek niet makkelijk door de top. Op de verpakking van deze topbusjes staat zowel de binnen als buiten diameter vermeld. Bij het op maat zagen van de top moeten we er op letten dat we er steeds een klein stukje afzagen en daarna steeds het busje passen, want een vergissing is snel gemaakt een centimeter van de top halen kan al heel veel schelen qua diameter...........
Nu we het topbusje op de top hebben bevestigd kunnen we het elastiek door de top gaan trekken hier zijn speciale (soepele)ijzerdraadjes voor met een oogje er aan. (Zie afbeelding) Voer eerst het ijzerdraadje door de top heen zonder er elastiek aan te bevestigen is dit ijzerdraadje doorgevoerd dan kunnen we het elastiek er aan bevestigen en het door de hengeltop heen trekken...
Aan de kant van het topbusje kunnen we nu een connector aan het elastiek gaan vast knopen,voor we dit doen schuiven we eerst het beschermkapje over het elastiek heen zodat we deze niet kunen vergeten. De connector zetten we vast met een dubbele-lusknoop en trekken deze goed aan,
het uiteinde bij de knoop moeten we niet te kort afknippen anders kan de knoop los schuiven. (zie afbeelding)
Om het elastiek te bevestigen en voor het tegenhouden van het elastiek,moeten we een eindbevestiging plaatsen, dit noemen we de "BUNG", Bij het gebruik van een bung in het topdeel is het verstandig het deeltje mee te nemen naar de hengelsportwinkel om daar de juiste maat te bepalen. ( Zaag nooit een stukje van de achterkant van de top af anders past deze niet meer in het tweede deeltje !!)
Uiteraard zijn er heel veel verschillende uitvoeringen , van zeer eenvoudig tot een zeer ingenieus systeem waar we het elastiek mee kunnen afstellen. Bij dit systeem brengen we het elastiek in twee hengeldelen aan,zo kunnen we nog meer profiteren van de rek in het elastiek. We moeten er voor zorgen dat de bung ver genoeg in het tweede deeltje geplaatst wordt want anders past het derde hengeldeel niet meer. (zie laatste afbeelding) Op de achterkant van de bung zijn voorgedrukte ribbels aangebracht,waardoor we hem op de juiste grote kunnen afsnijden.
Om deze bung weer uit de hengel te halen gebruiken we een speciale tool,hierdoor kunnen we voor het vissen de juiste spanning op het elastiek zetten door hem meer of minder op de bung te winden. Om het elastiek soepel door de hengel te laten lopen gebruiken we wat "slip" dit is een soort olie met siliconen waarmee we het water afstoten en een glij laagje aanmaken, het elastiek zal hierdoor beter door de hengel lopen. Gebruik dit elke keer als u gaat vissen hierdoor blijft het elastiek in goede conditie.
UIT PEILOOD
Doe een peillood op de haak. Het uitpeilen doen we recht onder de hengeltop. De dobber wordt nu ingesteld op de vermoedelijke diepte. Laat het peillood (dit is meestal een klokvormig loodje met aan de bovenkant een oog en op de plaats waar normaal de klepel hangt zit een stukje kurk ook zijn er knijppeilloodjes in de handel) rechtstandig onder de top in het water zakken. Onder het gewicht van het peillood staat de top van de hengel krom gebogen. Als het lood de bodem raakt zal de top weer recht gaan staan. We schuiven de dobber net zo lang omhoog dat bij het uitpeilen het puntje van de dobber boven water staat. We hebben nu zo uitgepeild dat de haak op de bodem staat. Willen wij wat zwaarder op de bodem vissen dan schuiven wij de dobber iets omhoog. We gaan nu vervolgens op de voorgenomen visafstand b.v. 12.5 mtr. zowel links en rechts daarna op 11 mtr. peilen om te zien of de bodem hier recht verloopt of er een glooïng ligt. Het is van groot belang tijdens het peilen te kunnen beslissen dat op een bepaalde lengte kan worden gevist. De ideale visplek kan op iedere afstand van de oever liggen want het mooiste is om te vissen op een vlak stuk bodem.
Wij maken er een potje van !
Hoe kun je de "platten" gretig houden. Een handje maden of casters binnen een vierkante decimeter op een afstand van tien of twaalf meter is het mooiste, maar hoe flik je zoiets met de vaste hengel?
Met een voerkorfje kun je bijvoorbeeld een complete maaltijd binnen enkele vierkante centimeters brengen maar dat lukt je niet want je hebt met een madenpijp of een katapult een behoorlijke spreiding van het materiaal. Wie op het idee kwam om een klein potje of bakje op de hengel te monteren verdient alle lof.
Een paar jaar terug kwam het "potje" op de hengeltop overwaaien vanuit Engeland toentertijd werd er wat lacherig over gedaan maar langzaam werd het ook door de nederlandse wedstrijdvissers overgenomen omdat zij zagen dat tijdens wedstrijden goed vis gevangen werd en dan niet toevallig één keer maar meerdere malen op rij.
Potje zonder deksel
In de beginfase werd het gemaakt van een plastic kokertje van een fotorolletje daar zaagde men de helft af het bovenste gedeelte werd weggegooid wat men gebruikte was het onderste gedeelte in de bodem werd een inkeping gemaakt waar een klemmetje werd vastgelijmd. Vervolgens werd het klemmetje over de hengeltop geschoven tot hij vast zit.
De ontwikkelingen zijn verder gegaan en het "potje" heeft een andere benaming gekregen en wordt nu voercup genoemd verder heeft men nu een busje met een schroefdraad die op een speciale hengeltop verlijmd word op deze manier kan snel van voercup wisselen (zie afbeelding)
De voordelen van het gebruik van een voercup is dat je op grote afstand toch heel nauwkeurig kan bijvoeren, ook het bijvoeren van een voerballetje of een balletje maden/casters (sticky maggot) of een cupje wormen is met dit systeem geen probleem.
Geplaatst door ALEX om 18:51 | Permanente link | Reacties (2) | Trackback (0)
Het schepnet.
Ook een van de onmisbare attributen voor de witvisser.
Kleinere exemplaren durven we al eens te landen zonder net, maar bij enige twijfel toch maar scheppen zeker?
Het doel van een schepnet spreekt voor zichzelf en ook de techniek van het scheppen/landen van de vangst is niet zo moeilijk.
De industrie heeft een heel gamma ter beschikking en echte miskopen kan je bijna niet meer doen.
Toch even letten op volgende zaken bij aankoop:
-Koop voldoende groot en let ook even op de diepte. Ondiepe netten durven al eens een woelige vis te laten ontglippen.
-Zorg dat je zeker 3 delen stok hebt (telescopisch). Vis je al eens van op een hogere kade dan kan een te korte stok soms problemen geven.
-De koolstofringen zijn misschien net iets minder stevig dan de aluminium ringen, maar ze zijn dan weer gemakkelijker op te bergen.
-Er worden verschillende soorten kunststoffen gebruikt voor het net, maar vraag steeds naar een visvriendelijk net.
-De vorm en grootte van de mazen kan je soms parten spelen als er in vastgeraakt met de haak. Kleine mazen zijn beter voor de schubben van de
vis.
-Meestal zijn de netten knooploos en dus ook visvriendelijk.
-Er bestaan ook netten die minder geur opnemen en makkelijker te onderhouden zijn. Gewoon uitspoelen en laten drogen.
Zorg dat het schepnet steeds klaar ligt voor je start met vissen, logisch, maar toch!
Wacht voldoende lang om een vis te scheppen en breng je net niet te vroeg in het water. De vis moet zich eerst gewonnen geven. Zo jaag je de vis niet onnodig op.
Bij grotere vangsten ondersteun je de stok best met je onderbeen/voet zodat het geheel minder zwaar weegt en je niets beschadigt.
Houd de lijn steeds zoveel mogelijk onder spanning, ook in het net, om te voorkomen dat de haak in je net belandt.
Tracht bij het landen van een vis deze zo snel mogelijk in een klaarstaande en voldoende grote emmer te brengen.
De vis steeds onthaken met vochtige handen, nooit met een doek!
Om geurhinder te voorkomen steeds goed spoelen en laten drogen.
***********************************************************************************
Het leefnet.
Heb je absoluut een leefnet nodig?
Wedstrijdvissers kunnen bijna niet anders, hoewel men op sommige wedstrijden niet het gewicht telt, maar het aantal stuks en de vangst onmiddellijk terugzet.
Recreatieve vissers zijn niet verplicht het hebben. Soms, in bepaalde periodes en op bepaalde plaatsen is het zelfs verboden. De vis die je erin bewaart moet zeker de wettelijk voorgeschreven maat hebben en mag niet behoren tot de beschermde soorten.
Het doel van een leefnet is om de vis tijdelijk (levend) te bewaren en na de wedstrijd weer de vrijheid te geven.
Is een leefnet schadelijk? De korte, van staal gemaakte types waren dat zeker wel, maar gelukkig zie je deze niet meer aan de waterkant.
Het moderne leefnet is niet schadelijk en men heeft er zelfs studie aangewijd om dit aan te tonen.
Het moet dan wel voldoen aan een aantal eisen:
-Een lengte van minstens 2.5 meter.
-Doormeter van 50 cm.
-Mazen niet groter dan 4 mm.
-Knopenloos.
-Visvriendelijk kunststof materiaal.
-Metalen (aluminium) ringen en geen lood als zinkmiddel.
Neem ook volgende gedragscode in acht:
-Alleen gebruiken indien echt nodig.
-Voldoende onder water houden.
-Zo horizontaal mogelijk houden om maximum volume te benutten.
-Stevig fixeren en niet uit het water halen voor einde vissen.
-Hoe korter het verblijf in het net hoe beter voor de vis.
-Niet te veel vis in het net.
-Vis niet van ver/grote hoogte in het net gooien, maar met zachtheid en eerst met kop.
-Plaats netopening voldoende dichtbij.
-Vochtige handen!
-Bij leegmaken voorzichtig zijn en eerst opening in water laten zakken.
Na gebruik grondig spoelen om geurhinder te voorkomen.

***********************************************************************************
Visparaplu.
Tenzij je Armand Pien heet of een glazen bol hebt, kun je dit onderdeel beter bij je hebben.
Niet alleen om jezelf en je materiaal te beschermen tegen de regen, maar ook wind of zelfs zon kunnen spelbrekers zijn tijdens het uitoefenen van onze hobby. Zonnig weer is aangenaam, maar menig onbeschermd visser is al serieus verbrand door de zon, zeker bij opperste concentratie op de dobber.
Wind is minder goed voorspelbaar, kan krachtig uit de hoek komen en verandert al eens van richting. Gebruik je een paraplu als bescherming tegen de wind, zorg dan dat deze ook beschermd wordt door bv 2 spankoorden (campinggerei) te bevestigen aan de top van de paraplu en ze onder een hoek van 90° (indien mogelijk) te verankeren in de grond.
Een goede paraplu heeft een diameter van 2 à 2.5 meter, is van nylon (of andere kunststof), heeft een scharniersysteem waardoor hij 45° om z'n as kan kantelen, heeft een geraamte van aluminium en wordt geleverd met een beschermhoes.
Het onderste deel, voor fixatie in de grond, moet voldoende stevig zijn en eventueel kan je een steun kopen die je aan je visbak vastmaakt.
Tracht te vermijden om je paraplu in de oever te kloppen met bv een hamer. Vis je soloslim is het gevolg hiervan voor je eigen rekening, maar ze zal beslist boze blikken in ontvangst mogen nemen indien je dit doet met collega vissers in je directe omgeving. Harde ondergrond pakt je het best aan met daarvoor voorziene 'boorsystemen' (vergelijk het met grondboor).
Vis je vaak op kanalen, waarvan de oevers dikwijls verhard zijn met keien, is een steun aan je bak de beste oplossing. (visbak zelf fixeren natuurlijk)
Een andere optie is het laten maken van een stevig onderstel in inox (pin+buis in roestvrij staal) waarin het onderstel van je paraplu past en kan vastgezet worden. De lange piek van 50 cm kan je meestal tussen de keien laveren en je paraplu toch veilig openen.
Nog enkele tips:
Open je paraplu steeds met de top naar beneden en dit met kleine schuddende bewegingen. De paraplu zal zo bijna 'openvallen' en je moet de ribben niet onder stress zetten.
Van regen ga je niet dood. Van bliksem wel. Het kerkhof ligt vol helden en als het bliksemt ga ik
schuilen in bv de auto.
***********************************************************************************
Kanus
Wie kan zich de gevlochten rieten visbak niet herinneren?
Een houten geraamte, sober gevlochten riet er omheen, mousse zitkussen onder het zitvlak overtrokken met kustleder, zeker niet te groot en te zwaar, een simpel smal schouderriempje en de binnenkant was ook al niet al te veel soeps.
Moet je nu eens een kijkje nemen wat er zoal op de markt te koop is. De handleiding van je visbak neemt 'goudengidsachtige' toestanden aan en gelukkig heb je geen rijbewijs of vliegvergunning nodig om er mee aan de waterkant te zitten! Zelfs ingebouwde koelvakken om je aas te bewaren is geen uitzondering.
Waarvoor dient een visbak tenslotte?
Om op te zitten natuurlijk, maar ook als 'bij de hands' opslagplaats voor je materiaal en reserve stukken.
De zitting moet comfortabel zijn en sommige verkiezen ook een (inklapbare) rugsteun. Houd er wel rekening mee dat die rugleuning extra hoog is als het op transport aankomt.
Het 'leeggewicht' van de moderne bak is meestal wel OK, tenzij je er teveel gerei in opbergt. Is het echt te zwaar dan is er nog altijd een trolley als optie.
Moet je dan toch alles zelf meezeulen, zorg dan voor een goede schouderband die breed genoeg is en niet snijdt.
Vier simpele plankjes laten toe om je bak stevige ondergrond te geven en voor de rasechte vissers heb je nog een platform beschikbaar.
Ben je links-, rechts-, of zelfs onhandig, het maakt niet veel uit, maar je steunbeugels voor je hengel monteer je best aan die zijde van je dominante hand.
Indien je hengelsteunen monteert op je bak, vergeet dan nooit om je bak 'vast te leggen' mbv de schouderriem en piek. Een hengel van bv 9.5 meter in combinatie met wat wind zal met plezier het boeltje doen kantelen als je even zo rechtstaan.
Kijk bij aankoop ook uit of er voldoende opbergladen zijn en of je deze kan vergrendelen.
Heb je een visbak met houten onderdelen dan kan het nuttig zijn om bv de laden en poten een laagje vernis te geven; zo gaat hij toch wat langer mee en krijgt rot geen kans.
Zitten is een van de slechtste houdingen voor een mens zijn wervelkolom en daarom zou ik je ook aanraden om toch af en toe de benen te strekken en eens wat rond te lopen. (niet te ver natuurlijk)
Geplaatst door ALEX om 18:47 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
BASIS 50 %
BIND & KLEEF 15 %
WERKENDE DELEN 25 %
SMAAK 10%
***********************************************************************************
BASIS
Anco
Beschuitmeel
Broodmeel
Paneermeel
Toastmeel
BINDERS
Aardappelzetmeel
Aardappelvlokken
Anco
Arachidemeel
Babycorn
Babycornmeel
Babywheatmeel
Babywheatkorrels
Beschuit
Broodmeel
Copra
Copra melasse
Collant/pv1
Cous Cous
Eigeelpoeder
Heeleipoeder
Eiwit
Gerstemeel
Havermoutmeel
Koekjesmeel
Kokosmeel
Kokos wit
Langevingermeel
GEUREN EN SMAAKMAKERS
Arachide wit
Biscuitmeel
Bloedmeel
Cacaopoeder
Copra melasse
Collant/pv1
Duivenmest
Garnalenmeel
Gembermeel
Koekjesmeel
Koekjesmeel vanille
Koekjesmeel sprits
Langevingermeel
Maïsmeel gegrilleerd
Peperkoekmeel
Pindameel
Roggemeel
Stroopwafelmeel
Spekkoekkruidenmeel
Vleesmeel
Wafelmeel
Wafelmeel oranje
SPIJSVERTERING
Anijszaadmeel
Korianderzaadmeel
Fenegriekzaadmeel
Komijnzaadmeel
Maïsgluten
Mosterdzaadmeel
Notenmeel
Steranijszaadmeel
Venkelzaadmeel
WERKENDE DELEN
Aardappelpureepoeder
Aardappelvlokken
Biscuitmeel
Havermoutmeel
Havermoutvlokken
Italiaanse gekookte polenta
Kokos wit
Maniokmeel
Paneer (in kleine hoeveelheid)
Rijstebloem
Soyahullen
Toastmeel
Wouwbloem
Zemelen
KLEVERS
Maïsmeel
Maïsmeel zoet
Maïsmeel gegrilleerd
Maïsgluten
Notenmeel
Paneermeel
Peperkoekmeel
Pindameel
Polentabloem
Polenta grof
Prairie gold
Roggemeel
Sagomeel
Stroopwafelmeel
Sojameel
Sojabloem vet
Sojabloem ontvet
Spekkoekkruidenmeel
Tarwemeel
Tarwegluten
Wafelmeel
Wafelmeel oranje
Wouwbloem
EETLUST OPWEKKERS
Curcumameel
Anijszaadmeel
Fenegriekzaadmeel
Mosterzaadmeel
Steranijszaadmeel
Vanille
Geplaatst door ALEX om 17:24 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
2 KILO WIT BROOD
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO WAFEL MEEL GEEL
1 KILO BELGIE'S GEEL
PLUS 1 ZAKJE VAN DER EYNDE
***********************************************************************************
4 KILO BESCHUITMEEL
2 KILO PANNER MEEL
1 KILO BRUIN BROORD
1 KILO BELGIE'S GEEL
PLUS 1 ZAKJE VAN DER EYNDE
**********************************************************************************
4 KILO BRUIN BROOD
2 KILO BESCHUIT MEEL
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO ENGEL'S WIT
1 KILO STOOPWAFEL MEEL
1 KILO LANGE VINGERS
PLUS 2 ZAKJES SENSAS
***********************************************************************************
2 KILO WIT BROOD
1 KILO BESCHUIT MEEL
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO WAFEL MEEL (ORANJE)
PLUS 1 ZAKJE SENSAS
***********************************************************************************
2 KILO WIT BROOD
1 KILO BESCHUITMEEL
1 KILO STROOP WAFEL
1 KILO WAFEL MEEL
3 KILO PANNEER MEEL
3 KILO CHAPPELURE
3 KILO KOEK
1 KILO COCOS
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO BELGIE'S GEEL
PLUS 1 FLES MELASSE
***********************************************************************************
3 KILO BRUIN BROOD
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO KOEK
1 KILO COLLANT
***********************************************************************************
2 KILO BRUIN BROOD
1 KILO PANNEER MEEL
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO TROUVIT
***********************************************************************************
4 KILO BRUIN BROOD
2 KILO BECHUITMEEL
1 KILO COLLANT
1 KILO KOEK
***********************************************************************************
4 KILO WIT BROOD
4 KILO BECHUIT MEEL
3 KILO ZOETE MAIS
1 KILO KOEK
4 KILO BRUIN BROOD
1 KILO BESCHUIT MEEL
1 KILO COLLANT
1 KILO WAFEL MEEL GEEL
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO ENGEL'S WIT
PLUS 1 FLES MELASSE
***********************************************************************************
2 KILO WIT BROOD
1 KILO ZOETE MAIS
1 KILO BELGIE'S GEEL
1 KILO WAFEL MEEL ( ORANJR)
1 ZAKJE VAN DER EYNDE
***********************************************************************************
2 KILO BROOD
2 KILO BESCHUIT MEEL
2 KILO ZOETE MAIS
2 KILO NOTEN
3 KILO NOTEN
***********************************************************************************
2 KILO BRUIN BROOD
1 KILO PANNEER MEEL
1 KILO ZOETE MAIS
***********************************************************************************
2 KILO BRUIN BROOD
1 KILO KOEK
1 KILO COPRA
1 KILO COLLANT
1 KILO ZOETE MAIS
***********************************************************************************
Geplaatst door ALEX om 17:20 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
Voeder... Menige conversaties tussen hengelaars gaan over dit onderwerp, iedere visser heeft zo wel zijn eigen voorkeur van lokaas. Onderaan deze pagina vind je enkele samenstellingen met vooral kant en klaar "fabrieksvoer" Deze voeders zijn in gebruik een enorm voordeel omdat al deze lokazen zijn samengesteld door vissers die weten "waar de klepel hangt". Ze zijn het werk van soms jarenlang proberen en aanpassen om toch maar het perfecte te benaderen. En geloof het maar, indien goed gebruikt zorgen deze voeders voor de nodige vissen in het net. Waarom dan bv. 3 verschillende zakken samenvoegen? Door het mengen van verschillende voeders kan men een voeder lichter, zoeter, zwaarder, enz. maken. En als men er succes mee heeft, waarom ook niet?
Maar het belangrijkste is natuurlijk het bereiden van het lokaas. Daarom hieronder enkele tips.
Rijk of arm voeder? Tijdens de wintermaanden, bij koude watertemperaturen, liggen vissen dikwijls lam tegen de bodem aan en azen zelden. Als ze dan azen, hebben ze veel minder voedsel nodig dan in de zomermaanden. Het gebruik van rijk voer zorgt ervoor dat ze vlug verzadigd raken. Door het toevoegen van armere samenstellingen of bv. leem ga je dit tegen. Anders is het gesteld in de zomermaanden wanneer de vissen op hun aktiefst zijn. Veelal krijg je bij het brasemvissen een school op je plek en eenmaal die aan het vreten gaan is je stek vlug leeggevreten.
Licht of donker? Op waters waar veel roofvis zit kan deze door het gebruik van lichtkleurig voer tijdens de wintermaanden (helder water) aangetrokken voelen met alle gevolgen vandien. (zeker op donkere bodem) Veel fabricanten spelen daar op in door het uitbrengen van zwarte voeders zoals bv. bio-mix zwart, black bream, enz. Tijdens de zomermaanden als de vis goed op dreef is valt een lichte voerplek op donkere bodem goed op wat ze goed aantrekt, maar door troebeler water, waterplanten enzo valt dit minder op voor roofvis.
Warm of koud water? Het gebruik van warm (lees: heet) water geeft vooral gunstige werking bij voeders voor grotere vissen zoals brasem en karper. Door het hete water nemen voerbestanddelen zoals zaden en afgeleide daarvan meer vocht op wat ze meer doet zwellen waardoor het voer luchtiger wordt. Gebruik wel een lepel om het te mengen! Best is het voer enkel de eerste keer met heet water nat te maken en vervolgens enkele uren of een nacht te laten rusten waarna men het verder bevochtigt tot men het ideale voertje heeft.
Zeven? Door het zeven zorg je voor een betere vochtverdeling in het voer. Ten tweede zorg je voor een luchtiger voer en een beter werkend voer. Best is het het voeder een keer of twee te zeven met tussenin een kleine rustpauze.
Toevoegingen? In de handel is er een enorme diversiteit aan additieven te bekomen. Deze moeten ervoor zorgen dat je voer net iets beter wordt, de vis net iets langer op de stek blijft en toch blijft azen. Het moet als het ware het effect geven van iets enorm lekkers, de figuurlijke kers op de taart. Deze middelen zijn dikwijls jaren getest en verbeterd. Overdrijf echter niet met deze geur en smaakstoffen. Voor brasem is zoet lekker, maar te zoet: bah. Hou er ook rekening mee dat in veel voeders al van deze producten in verwerkt worden en overdaad schaadt. En bovenal dat een wondermiddel niet bestaat.
Geplaatst door ALEX om 17:17 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)
Maden
Was verse maden in een zeepsopje en spoel ze onmiddellijk af met zuiver water , en droog ze met een handdoek .
Maden . Na het zuiveren van maden doe je ze in een madendoos met toevoeging van wat babycorn . Je kunt er dan ook eventueel een smaak of reukstof aan toevoegen die de maden opnemen .
Bij een wedstrijd . Zorg er voor een zo ruim mogelijk assortiment aas bij de hand te hebben . Maden in verschillende dikte en kleur , ver de vase , gekookte maïs , en kleine wormen is wel het minimum .
Een paar dagen voor de wedstrijd voeg je per 5 liter vochtige gezeefde leem 2 afgestreken koffielepels additief toe . Daarna wordt deze leemaarde nog eens extra gezift . Tenslotte bewaar je de leemaarde in een voerbassin , afgedekt met een vochtige handdoek tot de dag van de wedstrijd . Eventueel de handdoek tussendoor nog eens extra nat maken als de leemaarde te vlug droogt . Kort voor de wedstrijd de leemaarde mengen met het vers klaargemaakte voer . ( Mondial Attrack 2-3)
Op stromend water .Maak steeds je voer de dag voor de wedstrijd klaar en bewaar het in de koelkast . zo nemen alle deeltjes het water evenredig op en vermijd je dat de grove delen zich stroomafwaarts laten " meedrijven " en de aanwezige vis doen verspreiden .
Vis je " in de kant" , voer dan ook enkele balletjes ver voor het geval de vis op de kant niet wil .
Neem steeds wat extra droog voer mee , als reserve . Soms is het voer aan het water te nat of wil je een lichter voer , nu kun je dit nog steeds aanpassen .
Koop je voer bij een " molen " , of bij de boerenbond . Je bespaard er een hoop geld mee .
Gebruik je aroma's , doe dit met mate . In stilstaand water het minst toevoegen .
Indien je met de vaste hengel vist , voer dan 1 tot 2 meter links of rechts , naargelang de stroming , van je dobber .
Licht voer bij sterke stroming heeft weinig nut , alleen voor de buurman . Maak je voer dan ook zwaarder door toevoeging van mergel of leem .
Druk je voer steeds voor het vissen door een zeeft , ook als je denkt dat het fijn genoeg is . Zo bereik je een homogeen voer . Wil je dan een directe werking , voeg daarna wat droogvoer toe .
Muggenlarven doe je het best in het voer juist voor het begin van de wedstrijd als je onmiddellijk vis op de stek wil . Wil je alleen brasem , dan kan het goed zijn de muggenlarven de avond vooraf reeds in licht bevochtigde leem te bewaren . Doe dit in laagjes . Een laagje mergel , bevochtigen , een laagje vers , een laagje mergel , bevochtigen , enz . De muggenlarven zullen nu op de bodem blijven liggen en niet wegdrijven in het water .
Vis je op brasem , knip dan een kleine hoeveelheid wormen door het lokaas . Niet te veel , wormen kunnen u stek ook verpesten . Probeer het eens uit op een oefensessie .
Casters maken is heel eenvoudig ? Doe zuiver zagemeel in een plastiek kom , gooi er een handvol maden in , af en toe met een plantenspuit het zagemeel vochtig maken , en na een tijdje zie je de maden bruin worden . raap ze eruit en zeef met een passende zeef . De casters zijn iets kleiner maar wel vers . Zet ze daarna in water om de drijvende van de zinkende te onderscheiden .
Mestpieren kan je uitstekend zelf vinden in een tuincomposthoop . Zelf kweken gaat ook .
Een visvoer feederbakje met deksel is zeer handig . Bij felle zon of regen is het voer in een mum van tijd onbruikbaar . Zeker bij een volledige dag vissen komt het voer door de zon zuur . En door de regen , te nat natuurlijk .
Wormen blijven in de koelkast tot maanden goed . Regelmatig wat aarde verversen en de koelkast op 3/4 zetten .
Doe bij het feederen ook wat casters in het feederpotje , niet in het visvoer . Casters worden immers vlug zuur .
Doe vishennep in een thermos fles en giet er kokend water op . Een nachtje laten trekken en je hebt s'morgens de mooiste vishennep . Het water gebruik je voor de aanmaak van het voer . Zo profiteer je van het aroma .
Vraag een topvisser eens zijn mening over u voer , soms kom je dan meer te weten of hem lief is .
Voor het knippen van wormen is er nu een speciale wormenschaar . Die bestaat uit 3 schaartjes en je knipt de wormen er vliegensvlug mee .
Brasem op de stek , maar niet of weinig vangen ? Verander dan eens van aas of heef het een geurtje mee . Ga eens voor een decadent ongewoon aas , vaak blijft het resultaat niet uit . De vissen op je voerplek hebben het door jou aangeboden aas waarschijnlijk gerangschikt als bloedlink . Blijf niet aarzelen en probeer het eens anders . Zeker op vijvers of kanaal waar regelmatig met dezelfde systemen gevist wordt een aanrader .
Voeg je reuk of smaakstoffen toe aan het lokaas , doe er de helft in terwijl u het de eerste maal bevochtigt , en de rest juist voor het vissen .
kook eens water samen met een tweetal vanillestokjes , en gebruik dit water om het voer aan te maken . Goed voor brasem en karper .
Maden rechtreeks uit de hengelsportzaak zijn vaak niet in optimale conditie . Giet ze daarom op een casterzeeft . De fitte en actieve maden kruipen er onmiddellijk door , en wat achter blijft op de zeeft is goed voor de afval . De goede maden kunt u het best in een ruime box met polenta bewaren . 1 liter polenta voor 1 liter maden . Juist voor u vertrek op de visdag de polenta afziften en eventueel smaak of reukstoffen toevoegen .
Wanneer u maden door de regen nat geworden zijn kun je deze het best drogen met polenta of maismeel
Bewaar maden in een zo groot mogelijke doos , zeker bij warm weer , om te voorkomen dat de maden beginnen te zweten .
Drijvende maden voor aan de haak . neem een handvol maden en leg die in een apart madendoosje , doe er vervolgens een beetje water bij zodanig dat ze juist met hun rug boven steken . Na ongeveer 10 minuten hebben zoveel lucht opgenomen dat ze op de haak boven de bodem zweven.
caster maken . Doe op 1/2 liter castermaden 1 koffielepel curcuma poeder, hierdoor versnelt het proces en je casters worden mooi dik .
Voeren met Gemalen maïskorrels . We pureren de maïskorrels met een mixer en voeren dit met het cupje op de visstek .
Geplaatst door ALEX om 17:14 | Permanente link | Reacties (1) | Trackback (0)
Geplaatst door ALEX om 17:03 | Permanente link | Reacties (0) | Trackback (0)